HEKEL EN HET FLUISTERENDE DRIE DUBBELE GELUK.
Rond 11 uur komt Mooie Vrouw met licht dribbelende pasjes de nog slaperige Buurtkroeg binnen.
Ze ploft op een stoel bij het vuur en kijkt glunderend naar Hekel die op een stapel haardhout vlakbij de kachel zit.
Als hij Mooie Vrouw ziet springt het miniatuur wezentje op de grond, rent naar haar toe en klautert behendig als een aapje via haar lange benen naar boven.
Als hij licht hijgend op haar schouders staat, zich vast houd aan de dikke lokken van haar rode haar en een flinke hoorbare zoen op een gloeiende wang weg geeft, vliegen er fonkelende sterretjes uit de ogen van Mooie Vrouw.
Ze knippert en blinkt en lijkt de brede glimlach voorgoed op haar rode lippen vast te zitten.
Het wezentje aait over haar wang, geeft nog een hoorbare klapzoen weg en klautert behendig naar beneden.
Zodra hij op het wiebelige tafeltje voor Mooie Vrouw zit vraagt hij nieuwsgierig:
‘Je straalt zo! Waar komt al dat geluk vandaan, Mooie Vrouw?’
Ze knippert met haar dikke volle wimpers, tuit haar mond een paar keer en fluistert zwoel:
‘Hij respecteert me zoals ik ben.’
‘Wie doet dat?’ Fluistert Hekel nieuwsgierig terug.
‘De man van mijn leven natuurlijk.’
‘Hij duwt het mooiste in mij los.’
‘En hij houdt me weg van de afgrond.’
‘Mmmmm…., dat klinkt mooi,’ zucht het wezentje.
‘Hoe houdt hij je weg bij de afgrond?’
‘Hij geeft eerlijke en intelligente respons.’
Ze zucht en staart even naar buiten.
‘Daarna volg jij Hekel, je bent mijn dubbele geluk!’
‘Dank je lieverd,’ fluistert het wezentje.
Hekel slikt, bloost intens en vraagt moedig door.
‘En het derde?’
‘Het derde geluk is dat we in boekvorm verschijnen!’
Hekel legt zijn handjes voor zijn mond.
Zijn ogen staan groot van verbazing.
Dan springt hij joelend omhoog en roept luidkeels:
‘We worden in een boekje verpakt!’
De rondborstige barvrouw kijkt op van het glazen poetsen, spits haar oortjes even en krijst in Amsterdams accent :
‘Hoera schatten, we komen in boekvorm!’
Ze gooit haar theedoek in de lucht en krijst:
‘Jippieeee!!!!’
Het groepje dikbuikige mannen die net de hoek van de bar, met vers dampende koffie bezet houden, brommen lieflijk tegen elkaar en slaan triomfantelijk op elkaars schouders.
Een enkeling slaat op zijn borst.
Mooie Vrouw pakt Hekel voorzichtig op, drukt hem tegen haar boezem en walst neurieënd door de buurtkroeg.
‘Iedereen een rondje,’ roept één van de dikbuikige mannen.
Barvrouw dribbelt met rode koontjes heen en weer.
Om ste beurt geven de mannen rondjes weg.
Dan wordt de muziek harder gezet, dwarrelt er confettie in de lucht, worden champagne flessen uit de ijskast getrokken en begint het feest tot laat in de nacht.
Ze vieren het dubbele geluk.
De stad lacht toe.
Ze glimlacht mee en vergeet de kou.
Laatste reacties