VOORWOORD HEKEL

Op een dag had de spanning

zich te veel opgehoopt

en

kon ik het niet meer alleen af.

HEKEL ,

een geslachtsloos miniatuur wezentje van zo’n 25 cm,

een imaginairie alter-ego,

schoot me te hulp

en

is sindsdien niet meer bij me weggegaan.

HEKEL relativeert de boel en breekt de spanning.

De verhalen zijn metaforen.

Gebaseerd

op stukjes waarheid,

op stukjes hoop en wanhoop,

op stukjes angst,

op stukjes verlangen,

op stukjes liefde en het missen daarvan.

Het verminderen van de solitude rol

die we als mens innemen en

de wil om te leven,

staat hierbij centraal

Ze is ontsproten uit mijn vertroebelde achterdochtige

open gebroken

lekkende ziel

die uiteindelijk

altijd

voor de schoonheid

kiest.

9. HEKEL, VROUW EN DE FEBRUARI DONKERTE

HEKEL, VROUW EN DE FEBRUARI DONKERTE

In de mist van eigen rook hangen zacht grommende mannen aan de bar van de buurtkroeg.
Buiten guurt de grauwe eind februari donkerte.
Aan de tafel bij het grote raam zit Hekel tegen een grote bloempot.
Vrouw zit erbij.
Ze omklemt een groot dik glas Irish koffie en lepelt zorgvuldig wat slagroom weg.
‘Ik zal geen anonieme zwerfster worden........ en ook geen zelfmoord plegen' , zucht Vrouw vanuit de diepte.
‘Ho, Ho,' blaast Hekel wakker geschud en gaat vlakbij Vrouw aan de rand van de tafel zitten.
‘Daar ben ik blij om!' , zet hij met zijn meest charmante stem in.
‘Dat zou te veel inhakken op mijn dierbaren' , stoot ze in haar eigen cadans verder en lepelt nog meer room, die als warme honing in haar mond stroomt.
‘Ja, wat hakt dat erin zeg!', stamelt Hekel met een nu wat wiegende beweging.
‘Het verscheurt je identiteit ' , schort Vrouw.
‘Het hakt je doormidden', volgt Hekel.
‘Je bent niet de moeite waard om verder te leven! Ze laten je abrupt in de steek!', schalt Vrouw verder met een schreeuw in haar intonatie.
‘En dan heb ik het nog niet eens over de traumatische ont - hecht- ings - na -sleep die je ondergaat!', spuugt Hekel mee.
Vrouw neemt een ferme slok.
Hekel klopt en wrijft haar hand.
‘En laten we het vooral niet hebben over het gemis. Dat -knelt- te- veel- in- deze- dag' , spot ze verder.
‘Als ze eens wisten- die zelfmoordenaars- als ze eens wisten.........'
Na een lange donkere stilte wuift Hekel richting de bar en komt even later een rondborstige knipogende dame met het bestelde rondje.
‘Die zijn van het huis', zwoelt ze in het Amsterdams.
Haar wangen blossen en wrijft ze behoedzaam door de weldadige haardos van Vrouw.
‘Geniet er maar van, schat!', brult ze warm.
Als ze zichzelf charmant terug wiegt richting bar heffen de mannen schielijk hun glas en proosten vriendelijk brommend richting Vrouw.
Deze proost wat aangeslagen terug.
Na een paar, door- de -vette- room- heen, hete slokken stort Hekel zich zorgvuldig op haar schoot en rolt zich als een jong opgekruld katje tussen haar dij warmte.
Dit houdt stand lang nadat de echte donkerte invalt en Billy Holliday haar verdriet herhalend uit de juke box laat stralen.

 

10. HEKEL EN DE SCHRIJVER

HEKEL EN DE SCHRIJVER

Mooie- vrouw -met dikke -donker- rode -haar - dos, zit op een bankje aan de zonnigste kant van de buurtkroeg, in het centrum.
Ze klampt zich vast aan een groot glas stevige koffie waarin een bijna uitpuilende dot slagroom drijft. In haar schoot zit Hekel.
Zijn oogjes zijn gesloten en valt de zon op zijn wat witte gelaat.
‘Ik heb vandaag iets toegevoegd aan mijn leven' ,zwoelt Mooie Vrouw.
‘Mmmmm....., dat moet wel iets bijzonders zijn!'

Hekel kijkt verheugd naar haar wat blozende gelaat.
‘Dat weet ik niet' , zucht ze hoorbaar.
‘Hij schrijft'
‘O...het is een man.'
‘Ja, nou en?'
‘Wat zegt dat?', kraakt Hekel wat ongedurig.
‘Het hoeft ook niks te zeggen!'
‘Heb je em ontmoet?'
‘Nee.....dat zal ook niet gebeuren.' Slikt ze weg.
‘Het gaat om de Taal'.
‘Alleen om de taal....en alles wat daarom heen hangt.........'
‘Dat is een ruim braak gebied' , zegt  het wezentje  streng.
Mooie Vrouw pakt Hekel voorzichtig op.
Zet hem op de bank en loopt als een hinde naar het donkere berookte gat van de deur.
Het geluid van haar klikkende hakken sluipen achter haar aan.
Bij de glimmende bar schudt ze met een knauw een lastige klant van haar af en besteld een glas cognac.
Als ze samen met haar stroperige geel bruine goedje naast de inmiddels sudderende Hekel ploft, draait ze behoedzaam het bolle blinkende glas wat rond.
Ze ruikt er snuivend aan en nipt het stroop.
‘Ik heb wel een vaag oud fotootje gezien', perst ze uit haar warm geworden mond.
‘ En zie mezelf....na dat zien...voortdurend aan zijn nek hangen'.
‘Niet met mijn armen......maar met een zoen.'
‘Een zoen?'
‘Ja...... de beste en de stevigste'.
‘Ik zoen zijn brede sterke nek en zuig me met gemak vast.'
‘Als een teek', dreint Hekel
‘Nou, zeg....kan het wat vriendelijker?'

Een frons ontstaat op haar voorhoofd.
‘Nee ...... ik zuig me vast en hij.... Draait in de rondte.......en blijf ik vastgezogen op die krachtnek. Mijn lichaam komt van de grond.......
‘Als een draaimolen!', kraait Hekel
‘Met losse handen!'........En iedereen stuift weg!'
‘Ja, nou komt de werkelijkheid wat naar voren', mompelt Hekel.
‘Als hij gestopt is met draaien...verslapt mijn gezuig en klap smakkend van hem los.'
‘Hij drukt me ferm tegen zich aan. Ik plak zonder verzet.'
‘Dan scheiden onze wegen'.
‘Net als bij de Tango!' , kirt het mannetje.
‘Precies!'
‘Tango- taal- oefening'.
‘Nou, nou', fronst Hekel.
‘Klinkt goed....maar ook iets gek!'
‘Dat zijn we ook...'
‘Taalgek.'
Mooie vrouw nipt rijkelijk aan het stroperige glas.
Het laatste van de slagroom laat ze in haar mond glijden.
Ze beleeft geluk.

11. HEKEL, BROER EN MOOIE VROUW

HEKEL, BROER EN MOOIE VROUW

Het is een stille late avond.
De stad lijkt zich ergens in terug getrokken te hebben.
Zo leeg is het op straat.
Ook de buurtkroeg in het centrum is nagenoeg uitgestorven.
De Rondborstige Barvrouw neuriet zacht met de muziek uit de jukebox en poetst rustig haar glazen. Af en toe houdt ze een blinkend glas in de lucht.
Telkens weer soepel met de doek rond wrijvend.
Broer en Mooie Vrouw, met Hekel op haar schoot, zitten aan het eind van de bar.
Voor hun staat een fles met rood heldere drank die ze vaak laten klokken en de glazen proostend beklinken.
Rondborstige Bar vrouw vult op tijd het ijs aan.
Uit de jukebox zwoelt inmiddels Chet Bakers stem.
‘Nou, niet steeds gaan huilen', fluistert Broer.
‘Ik verhuis dan wel....maar niet van de aarde'
‘Dat weet ik', snikt ze stil.
Ze frommelt de aangereikte zakdoek in haar warme wat klamme hand.
‘Pas je goed op haar Hekel?',vraagt Broer met een brok in zijn keel.
Ze aait over zijn bol.
Broer moet nu ook slikken en laat een dikke traan over zijn gezicht lopen.
‘Nou, nou,' scherpt Rondborstige Barvrouw in t ‘Amsterdams.
‘Straks ga ik mee huilen hoor!'
‘Anders ik wel' , schraapt Hekel.
Hij springt op de bar en plant zich voor Mooie Vrouw en Broer.
Het snikken is inmiddels harder geworden en brult Mooie Vrouw snotterig:
‘O, o, o, het was ook zo gezellig.'
‘Ons gebuurt en over schone dingen kunnen praten'
‘ Ik zal je zo missen.'
Mooie vrouw dept haar gezicht en snuit neus voluit.
Broer heeft zijn arm stevig om haar heen geslagen en veegt bijna ongemerkt met zijn mouw zijn wangen droog.
Hekel heeft met Mooie Vrouw en Broer te doen.
Hij kijkt rustig naar het Verdriet.
Als het Verdriet wat bedaard is en beter kan worden bekeken, pakt Hekel het Verdriet op.
Hij neemt het in zijn armen en wiegt haar. Als ook het Verdriet helemaal gesust is, stopt hij het in een van zijn zakken, klopt er zacht op en kirt:
‘Zo....dat is ook weer duidelijk!'
‘Verdriet heeft zich laten zien, ‘and at last but not least', ook waar ze vandaan kwam!
Op naar het andere....het volgende.'
Het wezentje maakt een stampend sprongetje.
‘Ja, het volgende', snottert Mooie Vrouw.
‘Daar heb ik nog geen enkel plaatje bij.'
‘Dat kan ook niet',  interrumpeert Hekel
‘De tijd moet alles laten rijpen en helen.'
‘Hechten en onthechten' , mompelt Mooie Vrouw nog net verstaanbaar, heft haar glas en vervolgt:
‘Alles verandert toch constant.'
‘Vertrouw daar op ' , spreekt Hekel nu iets strenger met een knipoog.
‘Kijk',  proest Mooie Vrouw.
‘Niet alleen mijn ziel breekt bij abrupte verschuivingen, mijn lichaam doet ook gewoon mee.'
Ze wijst wat spottend naar de koorts die zich op haar onderlip had genesteld.
De anderen proesten en giechelen collectief mee.
Broer knijpt zijn ogen smaller en verbreekt zijn stevige omklemming.
Ze neemt een ferme slok en wringt zich in een sierlijke bocht onder zijn arm, knijpt wat plagend in zijn wang en veegt met de achterkant van haar hand de vochtige sporen van zijn gezicht.
Met haar volle glas zeilt ze naar de jukebox, die aan de andere kant in een donker hoekje van de buurtkroeg staat.
Hekel, Broer en Rondborstig Barvrouw kijken haar aandoenlijk en wat hoofdschuddend na.

12. HEKEL HEEFT INZICHT

HEKEL HEEFT INZICHT

‘Laat ik er maar uit gaan en de dag wat plukken', denkt Vrouw somber.
‘Plukken van wat?'
‘Wat plukken?'
‘Nou, de dag plukken!', krijst Hekel ineens vanuit het niets naar voren.
‘Waar kom jij nou zo laat vandaan?', spuugt Vrouw verbaasd blij.
‘Maakt niet uit Vrouw, ik ben er!', prijst Hekel zichzelf..........
‘Nou.....Je hebt wat gemist.......Het is hier afschuwelijk!',  slikt Vrouw behoedzaam
Haar wit weggetrokken huid lijkt nog witter.
‘Wat is hier?', kucht Hekel en springt op de oude houten tafel zodat haar gezicht dichtbij de zijne is.
‘Nou, hier in dit leven...ik kom er met sommigen van mijn familie maar niet uit....telkens word ik gevangen door hun vervalste eigen interpretaties',  proest de Vrouw.
Voor ze verder stamelt interrumpeert Hekel standvastig:
‘Lekker laten zitten en verder gaan met je eigen interpretatie- je hart voelt toch goed?'
‘Nou , mijn hart voelt helemaal niet meer zo goed - ik ben nog nooit zo ongelukkig geweest en kan geen enkele stress meer velen!' , slikt Vrouw - een -dikke- langzame -traan- druppel-  glijdt over haar zachte huid.
‘En sommigen blijven mij dermate sarren en vals benaderen, dat ik me verloren afvraag of ik wel bij de juiste familie ben.'
‘Aha.... tijd voor een andere familie' , knarst Hekel goed bedoeld.
Het aandoenlijke wezentje klimt op Vrouw haar schoot en nestelt zich warm.
‘Hier is er vast een', kirt Hekel en kijkt schalks knipogend omhoog.
Vrouw antwoordt met lucht kusjes.
‘Ja, ja, jij bent mijn nieuwe familie....maar denk maar niet dat ik mijn familie ooit zou kunnen loslaten....daar ben ik veel s te veel voor aan ze gehecht.'
‘Behalve bij chronische kwetsingen moet ik mijzelf beschermen.'
‘Alles is begrensd'..........
‘Ook familie.'
‘Precies', schokt Hekel.
Dan geniet ze lang van de nieuwe warme omhelzing.

13. HEKEL, VROUW EN VRIENDIN

HEKEL, VROUW EN VRIENDIN

Amsterdamse Vrouw met Vriendin zitten voor het grote raam in de buurtkroeg.
Ze lepelen uit glaasjes advocaat met veel slagroom.
Hekel slaapt in één van de zakken van de colbert van Vrouw.
‘Gek word ik van mijn vent!' , zucht Vrouw.
‘Jaar in jaar uit hoor ik dezelfde verhalen!'
‘Tja' , zucht vriendin.
‘Bekend verschijnsel.'
Vrouw vervolgt:
‘Altijd als we ergens komen, probeert hij de meeste aandacht te krijgen bij mijn familie!'
‘ Hij pakt godverdomme alle verhalen af.'
‘ Als ik er iets van zeg, krijg ik die trut van een zus nog op mijn nek.'
‘Nou zeg!', spurt vriendin.
‘Ja, die blijft zo een vreemde kijk op sommige kerels houden.'
‘ Ze wil niks van mijn irritatie begrijpen.'
‘ Zo zwijmelt en bagatelliseert ze alles.'
‘ Al eeuwen.'
‘En dat probeert nog dominant te doen ook.'
‘ Net als toen we klein waren. Sjonge, jonge, jonge.'
Vrouw schudt langzaam en lang haar hoofd.
‘Dat schiet niet op!'
‘Nee, zeg dat!', interrumpeert Vriendin
‘Ja, en dat pik ik natuurlijk allang niet meer!', vervolgt Vrouw
‘Laatst nog...krijg ik, zomaar uit het niets een agressieve arrogante broer op me nek.'
‘ Je weet wel, die oudste die te veel drinkt.'
‘Die knappe!' , spurt Vriendin ertussen.
‘Nou, niet meer ' , raast Vrouw verder.
‘ Hij leek wel op een zwerver.'
‘ Maar dan aan de rand.'
‘ Die beweerd dingen waar ik niks van af weet!'
‘ En dat op een begrafenis! ‘
‘Als ik hem vervolgens corrigerend terug spuug en als een heks op mijn voorhoofd wijs, gaat hij zich schijnheilig bij anderen beklagen!'
Vrouw schrokt door en vervolgt:
‘Pfffff.....Er stond daar ook een andere zus, je weet wel, die ene agressieve waar ik niks meer mee te maken wil hebben.'
‘Ze stond met wijde benen me constant met priemende ogen te begluren.'
‘ Althans dat voelde ik in mijn rug.'
‘ Gek begin ik van al die neurotische mensen te worden. !'
‘Ja, het was wel weer wat veel bij elkaar hè, gisteren!' , knort vriendin.
Ze bestelt nog een rondje en wrijft lang over geschrokken Vrouw haar rug.
‘Nou, zeg dat', spuugt ze verder.
‘ Als ik honderd jaar geleden had geleefd hadden ze me onterecht in een gekkenhuis laten stoppen.'

‘Assertieve zus moet stoppen!'
‘ Maar goed dat ik ver weg van ze woon!'
Met dichtgeknepen ogen steekt Vrouw een sigaret in haar mond en laat deze daar schuin hangen.
Haar doffe ogen krijgen weer enige glans en vervolgt ze wat ondeugend:
‘Echt een dag om iets te veel te drinken.'
Ze bestelt met knipoog een nieuw rondje.
In haar jaszak voelt ze dat Hekel zich rustig omdraait, wat aangenaam kreunt en verder knort.

14. HEKEL EN DE GEKTE

HEKEL EN DE GEKTE

Hekel is inmiddels weer een tijdje uit de warmte van een uitgerekte vestzak gekropen en zit in de buurtkroeg in het centrum van grote stad.
Hij kijkt wat aangeslagen , naar Mooie Vrouw, verzameld moed en zegt:
‘Wat zie je er verwilderd uit!'
Mooie Vrouw kijkt hem met een ietwat opgetrokken wenkbrauw aan.
Bekijkt haar lichaam en handen en zwoelt:
‘Mmm......Hekel, ik ben volkomen kalm.'
‘ Waar heb je het over?'
Het wezentje trekt nu ook een bedenkelijk gezicht en zegt:
‘Nou...ja......je ogen......je hebt een wilde blik in je ogen!'
Mooie vrouw reageert niet.
Hekel bijt op zijn onderlip.
Flonkert wat met zijn oogjes en vervolgt:
‘Hoe gaat het nu met je?'
‘O, bedoel je dat?' , zucht Mooi Vrouw
‘Ik ben gek geworden'  , zegt ze bloedje serieus
‘Je bent wat?', knarst Hekel
‘Gek geworden!', schraapt Mooie Vrouw nog hoorbaarder vanuit de diepte.
Ze kijkt priemend door Hekel heen.
‘Dat bedoel ik nou' , slikt ze.
‘Alle gesprekken stokken omdat mijn ogen gek geworden zijn!'
Ze schuift met haar stoel omwille van meer nesteling en staart vervolgens verloren door het grote met rookaanslag bedwelmde raam.
Daarbuiten is het een drukte van jewelste.
Het krioelt van de verschillende mensen en ondertussen gebeurt er niets
Iedereen is immers onderweg.
‘Aha' , schalt Hekel alsof hij haar betrapt heeft op iets.
‘Ik zie nu verloren ogen.'
‘ Dat ziet er weer heel anders uit.'
‘Ja.....helemaal gelijk ', schraapt Mooie Vrouw .
Ze wordt nog mooier dan ze al was.
‘Ondanks dat, het hoort allemaal bij het gek zijn!'
‘Is dat vervelend voor je?'
‘Dat gek zijn?', ploegt Hekel verder in diplomatie.
‘Dat weet ik nog niet.'
‘ Ik zit er nog niet zolang in' , zucht Mooie Vrouw hoorbaar.
‘Ongeveer een half jaar.'
‘ Het voelt wel wat alleen.'
‘Ja, dat is het risico van gek zijn.....die zijn altijd wat alleen.'
‘Samen met ‘ik, mij en mezelf' natuurlijk', fonkelt Hekel.
‘Uiteraard.'
‘En.... wat nu?'
‘Ik zou het niet weten.'
‘En de gekte ook niet.'
‘Mmmmm'...., peinst Hekel.
‘Is dat een ding?'
‘Wat?'
‘Nou, de gekte....is dat een losstaand ding?'
‘Nou, nee....een ding niet.....het is meer....de sfeer van binnen!'
‘De atmosfeer bij mij van binnen is duidelijk gek geworden.'
‘Maar dan onlosmakelijk met mij verbonden' , rapt Mooie Vrouw door.
‘O....vandaar die ogen.'
‘Ja, onze ogen....onze open ziel.'
‘Mmmmm....mijn open ziel is in een gekte gevangen' ,Mompelt ze nog net hoorbaar.
‘Denk je dat je er nog eens van af komt?'
‘Waarvan?'
‘Van die gekke atmosfeer natuurlijk!'
‘Nee, dat denk ik niet.'
Mooie Vrouw wrijft nu aan de net ontstane rimpel op haar voorhoofd.
‘De gekte heeft zich zo diep in mij vervlochten.'
‘ Dat lukt de eerste honderd jaar niet meer.'
‘En daarna?' , vraagt Hekel klungelig.
‘Dan nog.'
Mooie Vrouw zucht, staat rustig op en aait Hekel over zijn bol.
Dan zeilt ze weg.
Nog voor Hekel in de gaten heeft wat er gebeurd, werpt ze zich in de kroonluchter, die met allerlei kunstvoorwerpjes behoorlijk klingelt.
Met genoeg kabaal giert ze richting bar.
Iedereen houdt zijn ogen dicht.
Behalve Hekel niet.
Die glimlacht met zijn ogen, terwijl zijn hoofdje zachtjes heen en weer schud.

15. HEKEL EN VROUW MET DUN MONDJE

HEKEL EN VROUW MET DUN MONDJE

‘Kijk nou toch, daar zit ze', kat Vrouw met Dun mondje en wijst naar Vrouw met Rode Haren die tussen een lacherig bont lichtgevend gezelschap aan de grote wit uitgeslagen houten tafel van de buurtkroeg zit.
‘Dat maffe mens die haar werk weggeef,' bitst ze al druppels spugend verder.
Vrouw met Dun mondje wrijft met haar bolle korte vingers haar geblokte wollige rok recht terwijl Hekel, die vlakbij in een pluche kussen ligt en gapend zegt:
‘Ach, ze is handelingsbekwaam zat.'
‘ Daar is ze zo vrij als wat in.'
‘ Enne, buiten dat, het is niet zomaar!'
‘ Zie jij het voor je?' kirt Hekel
‘Politica die tegen onderdrukking van vrouwen vecht, wordt zelf abrupt door eigen vrouwelijke partijgenoot onder zware druk gezet!'
‘ Een wrede vorm van beschaafde onderdrukking, heet dat!'
‘ Daar is Rode vrouw overstuur van en is het schenken van haar schilderij ‘Deportatie', een poging om enig evenwicht te vinden',  proest Hekel achter elkaar door.
‘Ha ha, ze denkt toch niet dat ze de wereld hiermee verandert?,  spuugt Vrouw met Dun mondje met een nog dunner mondje en werpt een dodelijke blik naar het gezelschap rond de vol klinkende tafel.
‘Nee',  gaapt Hekel nu uiterst hoorbaar.
‘Wel haar eigen evenwicht',  propt hij nog net de ruimte in.
‘Vreemd', prevelt het Dunne mondje.
‘Voor jou wel, voor haar niet',  denkt Hekel ,maar spreekt zijn gedachten niet uit.
Het wezentje houdt zijn handjes bij zijn oortjes en poogt geheel geschokt in het kussen kroelend zijn slaap weer te hervatten.
Vrouw Met Dun Mondje tuurt naar buiten en blijft daarna gevangen in dezelfde houding zitten.
De leestafel groepen troep heeft zich inmiddels, met veel hilariteit op knoppen drukkend, rondom de blinkende jukebox verschanst.
Schoenen worden weggeworpen en de vloer krakend gedanst.
Vrouw met Dun mondje vouwt zich hierdoor uit haar houding en kruipt mokkend aan de bar.
Hekel krult zich nog verder om en kijkt af en toe glimlachend door zijn dikke volle wimpers de aan en uit gaande neon en de bewegende contouren schemerig aan.

(Het schilderij *Deportatie* hangt tegenwoordig

hier:

www.volkskrantblog.nl/bericht/132587 ) 

16. HEKEL EN HET KANTOOR

HEKEL EN (HET WEBLOG TERREUR) KANTOOR

‘Joehoe! Is daar iemand?',  roept het kleine geslachtsloze wezentje Hekel de kantoorruimte in.
‘Is daar iemand?'
Hij drukt een paar keer hard op de bel die op de balie staat en springt ongedurig heen en weer.
‘Vollukkkk!', galmt er met een zwakke echo
‘Waar is de chef?'
In de andere ruimte, naast het kantoor rommelt Mooie Vrouw allerlei kleren enzo bij elkaar en propt ze in een grote leren tas.
Hekel is inmiddels rood aangelopen.
Er komt een witachtig mannetje met trillende toetsenbord vingers, die daar net van af zijn afgehaald, naar de balie gesjokt.
‘Wat kan ik voor u doen', norst de witachtige man.
‘Nou....' , blaast Hekel streng.
‘Ik kom een klacht indienen, over de manier van werken op uw kantoor.'
Uw kantoor schat de mensen verkeert in en maakt daarna misbruik van hun positie.'
Hekel wijst met een trillend vingertje richting de kamer van Mooie Vrouw.
‘U hebt haar weken geleden gezegd dat ze niet meer mocht schelden; dat deed ze ook niet meer'.
‘Gisteren gaat uw kantoor, in een soort campagne waar Mooie Vrouw zelf maanden geleden om vroeg, haar openlijk te kakken zetten en wringt haar in een hoek waar ze niet in hoort!'
‘Huh, kan ze dat zelf niet aangeven?' , stamelt het wit weggetrokken mannetje.
‘Nee, dat lukt niet meer...ze heeft gisteren, na voor de zoveelste keer  onterecht te zijn  beschuldigt door een van haar vroegere stalkers, het vertrouwen in u opgezegd' , knettert Hekel en vervolgt:
‘U zegt in uw campagne, dat ze ontiegelijk scheld',
‘ Tsssss, nou dat valt best wel mee, op die paar uitvallen tegen stigmatisanten en schijnracisten, in het verleden.'
‘ Kijk maar gerust eens op de reactieruimte van haar grote broer Alib.'
‘ Dat was de enige plek waar haar gedachten vaak bleven hangen.'
‘ Die heeft u trouwens ook behoorlijk onterecht in een belachelijke hoek neer gezet!'
‘ Hoe komt u eigenlijk aan al die valse aantijgingen?'
‘ Bent u daar getuigen van?',  sist het wezentje door.
Het gebleekte kantoor mannetje stamelt slap:
‘Nou...ehhhh...nee, daar hebben we geen tijd voor....het is meer van horen zeggen!'
‘ Enne.... ik moest snel een artikeltje schrijven over de nieuwe spelregels!'
‘Ja!' , buldert Hekel nu terecht.
‘Over de spelregels waar Mooie Vrouw al maanden geleden om vroeg!'
‘U mag u wederom gaan schamen dat u geen overzicht hebt over uw project!'
‘ Dat is niet erg, hoor, geen overzicht, maar oordeel er dan niet over!'
‘ U is lekker bezig!'
‘Óf is u vergeten dat u met mensen bezig bent?'
‘Waar is het klachtenformulier?'
De witachtige man frommelt in een la en ritselt er weldra een helder wit formulier uit, geeft dat demonstratief aan Hekel en sjokt daarna de balie ruimte uit.
Even later staat Mooie Vrouw geheel reis klaar bij Hekel.
‘Waar ga jij nou naar toe?' , slikt Hekel
‘Ik ga naar de oceaan' , zegt ze met een gebroken stem.
‘Naar de bodem, effe uitpuffen.'
‘ Weg van die gekte hier.'
‘ Ze maken me gek!'
‘Ach, ach, kind toch......' , zucht Hekel.
‘Maar, dan heb je toch geen kleren nodig?',  vervolgt het bezorgde wezentje.
‘Nee, dat weet ik.'
‘In pakken doe ik uit gewoonte',  mompelt Mooie Vrouw
Ze gooit haar dikke bos met haren sierlijk naar achteren en zeilt de kamer uit.
Hekel kan nog net op haar schouder springen.
Uren later neuriet ze een wijsje op de bodem van de oceaan:

‘Ik houd van de zee ,
die is van mij en ik van de zee.
In al haar woest troostende schoonheid,
duik ik dieper dan diep haar ontroering binnen.
Kom, pak me beet,
Hou me vast en laat me liggen.
Ver weg van geweld.
Diep verscholen zonder afgunst
Geheel stil uitgeteld achter de fluisterende rotsen.'

17. HEKEL EN DE VERLOREN VRIENDSCHAP

HEKEL EN DE VERLOREN VRIENDSCHAP

‘Nou, nou, het kan nooit eens gewoon gaan in mijn leven!', sputtert Mooie Vrouw.
‘Als ik niet voor chaos zorg, doet een ander het wel!', schraapt ze spottend verder.
Hekel, die op de zonnige vensterbank van de buurtkroeg was ingedut, richt zijn hoofdje naar Mooie Vrouw, rekt zich langzaam uit en vraagt nieuwsgierig:
‘Wat is er gebeurd?'
De brok in haar keel is groter geworden en moet ze een paar keer flink slikken voor ze verder kan.
Zo droog zijn de nare woorden.
‘Ach' zet ze voort.
‘Ik was echt in de veronderstelling dat ik een hechte vriendschap had gesloten.'
‘ Zo'n fijne vertrouwde zacht pluizige rode bolle vriendschap.'
‘ Eentje waar je niet meer aan hoeft te twijfelen.'
‘ Waarvan ik dacht, dat dat, na jaren, wel goed zat.'
‘ Een sterke stabiele langdurige vriendschap.'
‘ Laatst nog bralde ze over het terras, dat ze zo van me hield.'
‘ Nou....Vergeet het maar...'
‘Dat houden van, is zo lek als een mandje.'
Mooie Vrouw duwt de ijsblokjes naar beneden, draait wat met haar glas en neemt een flinke slok.
‘Toen ik een keer wat tegenstribbelde....'
‘Nota bene over die smerige oorlog......'
‘Ontpopte de vriendschap zich als een gefrustreerde wurm.'
‘ Er bleef niets meer van zijn warme wollige karakter over.'
‘ Hij werd geniepig stiekem vierkant met punten die onterecht kwetsten.'
‘ Zo.... Achter mijn rug!'
Mooie vrouw frommelt wat in haar tas en vouwt even later een zakdoek om haar neus en snuit.
Er biggelt een dikke traan over haar wang.
Hekel komt dichter bij en klopt op haar hand.
Ze vervolgt snotterend:
‘Jaren geef je aandacht, gunt je beste eten en drinken......koestert elkaars gezelschap.'
‘En dan plots.....Zonder grote aanleiding, blijkt ‘de vriendschap' een dood ordinaire façade.'
‘Ze wordt zonder gesprek of een moedige inspanning afgebroken.'
‘Alsof het niets is.'
‘Zoiets snijdt in mijn hart.'
‘Dat ‘vriendschappen' dat kunnen!'
‘Verbazingwekkend.'
‘Shockerend.'

Mooie Vrouw loopt met haar rinkelende whisky wat zwalkend naar de jukebox, werpt geld in de gleuf en blijft over de muziek heen hangen.
Hekel kijkt haar hoofdschuddend na......
Hij weet ook niet hoe het nu verder moet.

18. HEKEL EN DE PESTER

HEKEL EN DE PESTER

In de hoek van de vensterbank van een buurtkroeg in het centrum van de stad, ligt Hekel opgekruld in de luwte van de najaarszon te dutten.
Af en toe kijkt het wezentje, door zijn waakzame katachtige oogspleetjes, in de door de rook wat grijs opgetrokken omgeving.
Er dwarrelen duizenden stukjes verdwaald stof door de binnenvallende stralen van de zon.
In een donkere hoek van de bar zit een groepje nogal bolle- buiken- mannen- met- streepjes monden-, die in navolgende zeurende cadans woorden over elkaar heen spugen.
De monotone brei wordt soms onderbroken door een zware mannen kreet en een daarop dikbuikig aangezet gelach.
Een frisse goeduitziende barman schenkt regelmatig de groep dikbuiken wat bij en houdt daar tussen door veelvuldig een blinkend glas omhoog.
Hij poetst ze, alsof zijn leven er van af hangt, uiterst behendig.
Als Mooie Weerbarstige Vrouw, met een warme tocht binnen zeilt, valt het rumoer even in een ademontnemend stilte.
Alleen Hekel ontvouwt zich uit zijn krul en roept:
‘He, Mooie Vrouw!'
Ze kijkt met een wat verkreukeld gezicht in de rondte en straalt bij het ontdekken van Hekel.
Die is inmiddels met trappelende beentjes, op een wankel tafeltje in de hoek gesprongen en wuift.
Ze zinkt zich galant in één van de paars pluche stoelen en nestelt zich door het heen en weer bewegen van haar, in strak aangesloten zwarte rok gestoken, billen.
Hekel, inmiddels zittend, knippert en wrijft in z'n oogjes, kijkt nog eens goed naar Mooie Vrouw en fluistert:
‘Wat zie jij er verfomfaaid uit!'
' Ik zie zelfs scheuren...en blauwe plekken in je ziel.'
‘ Wat is er gebeurd?'
‘Ach...' Zucht ze.
‘Dat is nog een restant van de pestkoppen.'
‘ Eerst trekken ze aan mijn tekeningen, verdraaien mijn verhalen en kerfden het bloed onder mijn nagels!'
Er valt een woeste trek over haar bijzondere gezicht.
Ze gooit een hand in de lucht naar achteren en sist:
‘En dan ben ik de aanstoker en de hysterica! ‘
‘Óf iemand die in complot theorieën gelooft.'
‘ Vaffanculo!'
Haar donkere ogen spugen vuur.
‘Ik houd ook steeds minder van deze tijd ', schraapt ze verder.
‘Veel lijkt te zijn doorgesneden.'
‘Waar heb je het over?, stamelt Hekel.
‘Nou....Kijk maar es naar buiten.'
En ze wijst naar het volle terras waar een goed, volgens trends , opgepoetst gezelschap aan de borrel zit.
‘Zie je al die aangepaste ja-knikkers?'
‘ En die luisterende meegaande vrouwtjes?'
‘ Allemaal keurig ingekaderd te brallen.'

'Haartjes glad....kleurtjes hetzelfde.'
‘ Maar van emancipatie hebben ze nimmer gehoord.'
‘ Dat woord klinkt ‘ze' te oud.'
‘Klopt' , zegt Hekel
‘In het Latijn bestond het al.'

Mooie Vrouw rommelt zenuwachtig in haar tas en steekt enkele ogenblikken later een sigaret in haar mondhoek, waardoor haar wulpse rode lippen iets lijken te pruilen.
‘Huh...' , stamelt Hekel
‘Je rookt toch niet?'
‘Nee....Dat doe ik ook niet.'
‘Op uitzonderlijke momenten na dan.'

Ze glimlacht en laat een knipoog los.
Hekel bloost.
Ze geeft lucht kussen weg.
Met kir geluiden springt het wezentje op haar schoot.
Hij plakt zich vast aan haar warmte en  valt weldra, samen met zijn nu dichte waakzame katten oogjes, in een diepe slaap.
Mooie Vrouw wil liefst hetzelfde doen.

19. HEKEL EN DE PORNO

HEKEL EN DE PORNO

Het geslachtsloze wezentje Hekel zit op het terras van de buurtkroeg in de binnenstad met glimlachende oogjes tegen de zachte buik van mooie vrouw.
De nazomerzon kleeft behaaglijk op haar huid en kijkt ze door een donkere zonnebril, achteroverleunend, naar het geroezemoes van de stad.
Plots kijkt Hekel, met een fronsende vraagteken op t' voorhoofd naar boven, aanschouwt de contouren van haar gezicht, perst zijn gedachten naar voren en vraagt:
‘Waarom heb je toch zo'n hekel aan porno?'
Mooie Vrouw trekt, verder roerloos, een wenkbrauw omhoog en zucht:
‘Goh....Begin jij nu ook al?'
‘Ho, ho', sputtert Hekel.
Het wezentje springt op, klautert op de gammele tafel en gaat tegenover Mooie Vrouw zitten.
‘Het is geen verwijt, Mooie Vrouw, maar een gewone vraag verpakt in een feit', balkt Hekel
express extra bekakt.
Mooie Vrouw stopt een sigaret in de zijkant van haar rode volle mond, ontsteekt deze en zuigt de rook met een bijna sissend geluid behendig in.
Dan kijkt ze streng en zegt:
‘Weet je Hekel, ik ken de achtergronden van deze zieke industrie'
‘Van de afgematte uitgemolken meiden.'
‘Van de liefdeloze frustraties van sommige mannen.'
‘Van de agressie.'
‘Het grote geld.'
‘Het misbruik.'
‘Ik moet er nog steeds van braken.'
Ze maakt een paar kokhals geluiden die gevolgd worden door een diepe zucht.
Mooie Vrouw tilt zonnebril omhoog en kijkt door Hekel heen.
Deze kijkt vriendelijk en evenzo indringend terug.
Het wezentje slikt en vervolgt.
‘Dus het is jou volste recht om zo te denken?'
‘Precies!'
‘Je hebt immers alle schappen bekeken?
‘Helemaal waar.'
‘Een wereld van ervaring?'
‘Noem het maar zo....all round.'
‘Mijn volste recht om zo te reageren.'
‘Voor de rest moet iedereen het zelf weten wat ie in bed uitvoert.'
Even later twinkelen haar ogen weer en geeft ze lucht kussens weg aan Hekel.
Ze pakt met twee handen het wezentje op en tilt het omhoog.
Hekel kirt en trappelt met beentjes in de lucht.
Ze zet Hekel op haar handpalm en blaast haar warme zoete adem voorzichtig richting het inmiddels blozende en glunderende gezichtje van Hekel, die zich weldadig in het geblaas laat onderdompelen.

Iedere keer vraagt ie om meer.

20. HEKEL EN DE PLATGESLAGENHEID

20. HEKEL EN DE VERLOREN ZIELEN

HEKEL EN DE VERLOREN ZIELEN

‘Waar was je nou?' schalt Hekel met een wat dichtgeknepen keeltje naar de net binnengekomen Mooie Vrouw in de buurtkroeg van het centrum.
‘Ik heb je al weken niet gezien!' sputtert Hekel verder.
Mooie Vrouw pakt het wezentje op, plakt het wiegend tegen haar borst en fluistert:
‘Ik heb iedere dag aan je gedacht, lieverd.'
Hekel kirt en lijkt te gaan spinnen.
Maar dan anders.
Na een bijna dood knuffel, zet Mooie Vrouw Hekel op tafel en nestelt ze zich in het rode pluche stoeltje.
Rondborstige Ge neemt de bestelling op en zeilt weer geruisloos als ze kwam richting de half volle bar.
Uit de jukebox klinkt Billie Holliday.
Even later roert Mooie Vrouw langzaam in een hoog glas koffie met een flinke dot slagroom.
Als ze de lepel aflikt en in Hekels glinsterende nieuwsgierige oogjes kijkt vraagt deze:
‘Hoe is het nou met je?'
‘Het gaat wel, ' zucht Mooie Vrouw.
‘Je kent het wel.'
‘Ik, als verloren ziel, ben op zoek........'
‘O......., 'straalt Hekel.
‘Op zoek naar wat?'
‘Mmmmmm....naar iets meer geluk, lieverd.'
‘Daar ben ik naar aan het zoeken.'
‘Zo..... dat klinkt goed,' zegt Hekel met een iets zwaardere stem.
‘O, ja....is dat zo ?' fluistert Mooie Vrouw.
‘Ook als de verlorenheid een rol speelt?'
‘Juist daarom!' benadrukt het wezentje.
Hekel gaat rechter op zitten.
‘Zijn we niet allemaal verloren zielen?'
‘En is het niet zo dat zolang je zoekt de boel wat in balans blijft?'
‘Zo ben je de echte verlorenheid toch steeds voor?' perst tie met gemak uit dat altijd nadenkende kopje.
Mooie Vrouw fronst en speurt in haar hoofd.
‘Tja....zo had ik het nog niet bekeken.'
Ze schraapt, met zachte slurp geluiden de koffie en slagroom resten uit het glas en kijkt met grote glanzende ogen naar Hekel en vervolgt:
‘Als ik niet naar meer geluk zoek, bloedt mijn ziel doodt.'
Haar ogen spugen nu vuur.
‘Ach...hou toch op, Vrouw.'
‘Maak je niet zo druk om je eigen drijf veren.'
‘Vertrouw je zelf'
‘En doe wat je moet doen.'
‘Doe als ik!'
En Hekel springt van de tafel en komt met een plofje op haar brede warme schoot terecht.
Hij schokt zich tussen haar ronde plooien en valt weldra in een lange diepe slaap.

21. HEKEL EN DE PLATGESLAGENHEID

HEKEL EN DE PLATGESLAGENHEID

Het is een regenachtige grauwe dag.

Zo’n dag die je het liefst overslaat.

Vooral niet beleefd.

Daar is ze te donker voor.

In de buurtkroeg van de stad zit Hekel, een geslachtsloos miniatuur wezentje, op de rand van de tafel. Met een gerimpeld voorhoofdje kijkt hij aandachtig naar Vrouw en zegt zacht:

‘Wat zie jij er platgeslagen uit, zeg.’

Vrouw knippert met haar zware wimpers en zegt haast onverstaanbaar:

‘Dat heb je weer goed gezien.’

Haar blik staat op oneindig.

De sprankeling is uit haar ogen verdwenen.

Ze tuurt in het dampende glas koffie, pakt het lepeltje eruit en stopt het als een lolly in haar mond.

‘Voor de juiste hoeveelheid ijzer,’ mompelt ze onverstaanbaar en kijkt naar het lepeltje dat ze langzaam uit haar zwoele mond heeft laten glijden..

‘Wou je er wat aan doen?’ zegt ze spottend en kijkt Hekel troosteloos aan.

‘Kan dat dan?’

‘Mezelf weer laten uitduiken?’

‘Dat weet ik niet’, stamelt Hekel, nu zelf wat platgeslagen.

‘Wat voor hamers zijn er gebruikt?’

‘Ach, de bekende riedel.’

‘Van groot naar klein.’

‘IJzer, hout en rubber.’

‘Van zacht naar hard.’

‘En omgekeerd.’

‘Om-ste-beurt.’

‘Ze kwamen en ze gingen.’

Platgeslagen Vrouw neemt het lepeltje uit haar mond, houdt het tegen het licht en kijkt er met dichtgeknepen ogen naar en zegt:

‘Nee, alle ijzer zit er nog in……..’

‘Die laat zich tenminste niet uitzuigen.’

Hekel zwijgt.

‘Ahhhh…wees als een lepel’, pruttelt ze.

‘Die schept, schraapt en vult zich zelf.’

Ze stopt de lepel in haar kapotte zak en zucht.

‘Nog even en ik val uit elkaar.’

‘Met of zonder lepel.’

‘Er valt niets meer te zeggen.’

‘Er hoeft niets meer te gebeuren.’

Met een platgeslagen blik tuurt ze naar de platgeslagen stad en dreunen de platgeslagen geluiden door in haar platgeslagen hoofd.

22. HEKEL EN HET KAFKA WEBLOG

HEKEL EN HET KAFKA WEBLOG

Ergens in een hoekje, vlakbij het grote raam van de buurtkroeg strekt Hekel, het geslachtsloze wezentje, zijn armpjes uit, geeuwt een paar keer hoorbaar , wil zich weer in zijn slaaphouding terug vouwen als plots, met wat licht kabaal Mooie Vrouw binnen komt zeilen.
Ze loopt driftig naar de bar, besteld wat en komt even later met een groot glas rode vloeistof en door elkaar klotsende brokken ijs bij Hekel zitten die inmiddels in zithouding op een tafeltje op haar wacht. Ze schuift krakend een gammele stoel aan, neemt een flinke slok en prevelt:
‘Ik heb last van gluurders.'
Ze schokt zich in haar stoel, sjort wat aan haar zwarte strakke rok en vervolgt:
‘Zodra ik de deur uit ga spieken ze achter hun trillende gordijntjes en voel ik hun ogen zwijgend in mijn rug prikken.
‘Tja, dat gebeurd overal', interrumpeert Hekel.
‘Maar...ehhh luisteren ze ook je telefoon af...of gluren ze mee op mijn weblog en klikken dat dan weer door....Is dat gewoon? sputtert Mooie Vrouw.
Ze kijkt met vurige ogen het kalme wezentje aan.
‘Het is net een Kafka film' , spuugt ze verder.
‘Ho, ho, ...en die was flink paranoia' , sust Hekel.
‘Ja, dat weet ik,' zucht Mooie Vrouw.
‘Desondanks blijft het erg verwarrend als mijn privé en mn weblog door elkaar dreigen te lopen.'
‘ Het is al moeilijk zat.'
‘Wat is moeilijk?' vraagt Hekel, die even de draad kwijt lijkt te raken.
‘Nou, mijn relatie met Sjakie is na jaren uit' , bromt mooie vrouw
‘Dat is nou wel duidelijk', zucht Hekel
‘Maar we zullen best nog een tijdje bij elkaar wonen en verder leven...maar dan anders...'
‘Dat kan als je allebei beschaafd en doorleefd bent', proest Mooie Vrouw en heft even haar glas omhoog.
‘Wat is dan het verdere probleem?' fronst Hekel.
‘Nou, mijn gluurders spieken mee en zien op het weblog dat ik met mn nieuwe lieffie dartel en klikken dat dan weer door aan Sjakie, die daar natuurlijk weer overstuur van wordt', blaast Mooie Vrouw verder.
‘Ja, dat klinkt inderdaad wat ingewikkeld' ,beaamt Hekel.
Het wezentje klopt een paar keer op haar hand en vraagt zacht:
‘Kun je jezelf niet een tijdje koest houden?'
‘Nou zeg......' sputtert Mooie Vrouw
‘Ik ben geen klein kind.'
Ze zucht diep, neemt een flinke slok, pakt een stuk ijs tussen haar tanden en zuigt er hoorbaar aan.
‘Ach, maak je niet druk,' brabbelt Hekel wat binnensmonds
‘De hele situatie is als het stuk ijs wat je tussen je tanden klemt...op den duur smelt het van zelf weg. Net zoals sommige relaties.'
‘Ja', slist Mooie Vrouw.
‘Zodra mensen het accepteren dat ijs of relaties kunnen smelten wel ja!'
Haar rode lippen gaan in een glimlach staan en geeft ze een dikke knipoog en smakkende luchtzoen weg.
‘Ik kan mijn hart toch niet verbergen!'
‘Voor niemand!'
Ze bukt zich voorover en kust Hekel op zijn voorhoofd.
Zijn wangetjes glunderen.
Hij kirt zacht.
Weldra ligt het wezentje in de plooien van haar warme schoot in een diepe slaap verzonken en blijft de glimlach van Mooie Vrouw, alsof ze nimmer was verdwenen, nog lang op haar lippen plakken.

23. HEKEL EN DE DOMINANTIE

HEKEL EN DE DOMINANTIE

Boven de opstijgende warmte van de oude afgebladderde verwarmingsbuizen van de buurtkroeg, ligt Hekel een middagdutje te doen.
Op de hoek van de bar zit een groepje oudere dikbuikige mannen te brommen en te nippen aan hun platgeslagen bier.
Het zware gordijn bij de ingang wordt hoorbaar opzij geschoven en stuift Mooie Vrouw als een zwoel geparfumeerde wervelwind naar binnen.
Nog voordat de mannen hun hoofden naar het voorbijkomende geluid van haar klakkende hakken kunnen keren is Mooie Vrouw alweer uit het zicht verdwenen.
Alleen het restant van haar welriekende geur blijft een paar seconden dominant aanwezig hangen.
Ze spurt op Hekel af en blaast zacht naar het slapende hoopje.
Zodra zijn oogjes open knipperen pakt ze het wezentje voorzichtig op en tilt het even hoog in de lucht.
Hekel kirt.
‘Moet je nou weer horen!'
‘Het is toch van de gekke wat me nu weer overkomt!' hapt ze in de lucht.
Haar hoofd loopt rood aan en spetteren er bijna onzichtbare minuscule druppeltjes spuug in de rondte.
‘Rustig, rustig', rept Hekel
‘Neem even wat te drinken en kom dan maar weer terug!'
Het wezentje wappert wat met zijn handje voor zijn mond en doet dan net alsof hij iets op de grond zoekt.

Even later zit Mooie Vrouw weer aan het wiebelende tafeltje.
Ze lepelt wat slagroom uit het, met warme chocolade melk gevulde lange dikke glas.
Hekel is op het tafeltje geklommen, leunt tegen de in het middenstaande stevige bloemenvaasje en wacht.
Mooie Vrouw staart met een verdrietige wat afgematte blik naar buiten.
‘Vertel Mooie Vrouw.....Vertel ', fluistert hij met glunderende nieuwsgierige oogjes.
‘Nou....', sputtert ze verder.
‘Eergisteren had ik toch mijn opening?'
‘Alles verliep gladjes en zat de feeststemming er goed in nadat er ook een journalist langs was gekomen.'
Ze trekt haar zwarte rok wat meer richting haar knokige knieën, frummelt een sigaret uit dr tas, blaast weldra de rook hoorbaar de ruimte in en vervolgt:
‘Dus ik na afloop wat intimiti uitnodigen voor een etentje ergens in de stad, begint mijn zwager daarover tegen te sputteren en komt ie even later met een verhaal aan dat ik dominant ben.'
‘Nou zeg!'
‘ Wat een eikel!'
‘ Als er een niet dominant is, dan ben jij het wel!', interrumpeert Hekel wat verwondert.
‘Ja, ik kon het ook al niet meer volgen.'
‘ Maar ondertussen ontstond er natuurlijk wel een pittige discussie van jewelste.'
‘ Bijna was mijn feest gevoel verdwenen. Bijna......'
Mooie Vrouw kijkt omhoog, laat haar ogen vuur spugen en vervolgt:
‘Gisteren knalde ik echter wel uit elkaar door de on tact van een andere vent.'
‘ Wat is dat toch met sommige kerels?'
‘ Als je assertief en temperamentvol bent, ben je ineens dominant of een kenau....'
‘En als je het niet bent word je hun speelbal!'
Ze neemt een diepe trek van haar sigaret en zegt met een serieuze zware stem: .
‘De emancipatie is nog lang niet voltooid.'
Hekel knikt hevig mee en zucht:
‘Zelfs in jouw familie niet.'
‘Tja...kun je nagaan.'
Ze dooft haar sigaret in de volle asbak, geeft een luchtkussentje weg, zet het wezentje op haar schouder en loopt naar de jukebox waar even later Billie Holliday uit schittert en er vanzelfsprekend dansbewegingen van Mooie Vrouw op de houten vloer kraken.

24. HEKEL EN DE STAPELVERLIEFDE MOOIE VROUW

HEKEL EN DE STAPELVERLIEFDE MOOIE VROUW

Hekel zit achter het grote raam van de buurtkroeg naar de donkere bewegende wolken te kijken als hij in de verte Mooie Vrouw spot.
Als hij ziet dat ze richting de kroeg loopt springt Hekel een paar keer op en neer op het wiebelende tafeltje.
Het lichte geschommel van de tafel deert hem niets, zo blij is hij Mooie Vrouw weer te zien.
Als ze even later zichzelf half door het zware gordijn van de ingang heeft binnen geworpen geeft Hekel wat opgewonden gilletjes weg en lijkt Mooie Vrouw hetzelfde te doen als ze Hekel ziet.
Na een paar flinke dikke knuffels en wat happen naar adem verteld Mooie Vrouw zwoel:
‘Ik ben helemaal verliefd.'
‘Ál maanden.'
‘Helemaal hoteldebotel verliefd!'
Ze glundert diep en lijkt even van haar stoel te zweven.
‘Wauw, wat mooi!' , zucht Hekel wat aangeslagen ontroerd.
‘Wie is de bofkont?'
Met blossen op haar wangen vervolgt Mooie Vrouw:
‘Een heerlijke vent met een sprankelende intelligentie en vol schoon gevoel en vrijheid!
‘ Eentje die ik mijn leven lang al zocht en eindelijk heb gevonden!'
Mooie Vrouw lacht en schatert warm door de kroeg.
Het bosje mannen aan de punt van de bar kijken om en glimlachen tegelijkertijd met haar mee zonder dat Mooie Vrouw dat in de gaten heeft.
Dan vervolgt ze knipogend:
‘Én dan ook nog zo 'n sterke heerlijke, die me nog kan dragen ook !'
‘Kun je dat voorstellen Hekel?'
Het wezentje fronst even een wenkbrauw, kijkt vluchtig langs haar slanke lange lijf en vraagt:
‘Wat kan ik me voorstellen?'
‘Nou, die combinatie bedoel ik.'
‘ Een creatieve geest samen met een sterk lekker lichaam vol liefde', slikt ze nog meer blozend weg. Haar ogen blinken en staan in volle bloei in haar vruchtbare schone gezicht te schitteren.
‘Je ogen fonkelen sterren, lieve schat!', lacht Hekel
‘Ja, al maanden lieverd en ga ik het nu van de daken schreeuwen!'
Nog voor Hekel iets kan inbrengen zoeft Mooie Vrouw naar buiten, klimt behendig via de regenpijp omhoog en staat ze even later op het dak van de buurtkroeg haar volle vurige hart uit te schreeuwen van blijdschap.
De kroeg is inmiddels uitgelopen en wordt ze onder een daverend applaus weer naar beneden gelokt. Ook de rondborstige barjuffrouw is zeer ontroerd en trakteert alle gasten op een rondje.
Na het tweede rondje wordt de kroegdeur stiekem dichtgedaan.
De storm is inmiddels geluwd en kwetteren vogels hun borsten rond en dik tot de dag geen licht meer geeft.
Het feestje knettert en schalt door tot midden in de nacht.

25. HEKEL EN DE OORLOG IN BED

HEKEL EN DE OORLOG IN BED

‘Waar was je nou? Ik heb je al dagen gemist' , krijst Hekel met een verontwaardigde intonatie naar de Roodharige Vrouw die net de kroeg binnenloopt.
‘Ach, lieffie van me....ik leefde in bed' , antwoordt ze koel.
Ze gaat op het krakende stoeltje zitten, klopt op haar been en zegt zwoel:
‘Kom maar lekker bij me zitten, dan vertel ik het je.'
Het wezentje springt van de tafel op haar schoot en nestelt zich daar in het ontstane kommetje tussen haar benen.
‘Ik luister' , kirt Hekel van beneden.
Zijn hoofdje glundert en ontstaan er sterretjes in zijn glimmende oogjes die nu geheel op Roodharige Vrouw gericht zijn.
‘Ja, ik heb drie dagen in bed gelegen en geprobeerd mijn hoofd op te schonen.'
Ze zucht diep en duwt vluchtig haar dikke rode haarbos omhoog.
Het wezentje lacht en vraagt:
‘Wat moet ik me daarbij voorstellen, Mooie rode Vrouw? Je hoofd op- schonen?'
Vrouw schraapt wat door haar keel en rapt:
‘Het is de oorlog in mijn hoofd. Die bonkt met al haar geluiden....alle woorden...alle spanning die zich dan als een doffe wattige hoop in mijn hoofd nestelt, mijn vuur dooft en me nog in een donker koud gat wil proppen ook!'
‘Ja, dat is wel veel tegelijk!',  snelt het wezentje ertussen door.
‘Precies!'
Haar ogen spugen vuur.
' Nou in plaats van dat ik mijn dagelijkse oorlogskleuren- zwarte-oog- schaduw op smeer, vecht ik het uit in bed.'
Hekel kijkt beteuterd en nog voor hij met een pruillip kan spiegelen vervolgt ze:
‘Nee, het is niet zielig hoor! Ik slaap daar in een warme dekbedden theemuts, krijg dienbladen vol lekkers toegeschoven van mijn ontslagen huissloof, lees, teken en schrijf. Dep mn ogen kalm...... Maar vertoon me niet.'
‘Gevangen en verlost in mijn eigen wereld' , zegt Rode Vrouw met een serieuze intonatie.
Hekel heeft zich nu uit zijn heerlijk aanvoelende positie gemanoeuvreerd en zit inmiddels op haar rechter knie. De hand van Rode Vrouw dient als leuning.
‘Én....hoe kom je er dan weer uit, uit die wattige koude wereld? ‘, vervolgt Hekel.
‘Mmmmmm.....dat ligt aan de gradatie. Hoe voller mijn hoofd hoe langer de op-schoon-tijd .'
Schalt ze door de ruimte. Uit de jukebox perst zich de zwoele stem van Chet Baker.
Ze kijkt om zich heen en vangt de blik van de rond- borst- ige -glazen- poetsende -barvrouw.

Deze knipoogt vriendelijk als ze het gebaar van Rode Vrouw heeft opgevangen.

Even later komt de rondborstige barvrouw zeilend bij hun tafeltje aan en zet daar grote glazen met tegen elkaar klinkende ijsbrokken in rode vloeistof neer.

De rondborstige barvrouw kust Rode Vrouw op de bovenkant van haar hoofd en zegt:
‘Fijn dat je er weer bent, lieverd.'
Rode Vrouw knijpt in haar hand, knipoogt en ontstaat er een onzichtbaar nat spoor over haar wangen.

Ze slaakt zuchten , proost en drinkt stevig door.
De rondborstige barvrouw doet hetzelfde........

26. HEKEL EN DE HEKS

Nog voordat het wezentje Hekel zich in een diepere krul kan wikkelen en  in slaap sukkelt in het verlegen lente zonnetje dat zich op de vensterbank van de buurtkroeg heeft laten vallen, schrikt het wezentje op van de klakkende hakken van Mooie Vrouw die hoorbaar binnen lijkt te stormen.
Ze ziet Hekel liggen en schalt prompt luid en helder:
‘Hekel....hoor eens....Heksen bestaan wel!'
‘Gisteren kreeg ik de snijdende woorden van een Heks naar binnen gekieperd.'
‘ Mijn mond stond blijkbaar als een uitnodigende verbaasde krater open en kieperde ze daar klakkeloos en ongevraagd al haar ongenoegen in.'
Hekel is inmiddels recht op gaan zitten, wrijft zijn oogjes uit, spits zijn oortjes en vraagt:
‘Wat voor een ongenoegen?'
‘Nou' , stottert ze verder ,
‘Dat ik als onzelfstandige berekenend levens verwoest ....zoiets.'
Nou, nou!' , kat Hekel de ruimte in,
‘Dat is weer de zoveelste berg stront die je over je heen krijgt gekieperd!'
Hij springt op tafel en klopt en wrijft op Mooie Vrouw haar trillende handen.
Dan trekt hij één van zijn wenkbrauwtjes omhoog, geeft een voelbaar tikje op haar hand en roept:
‘Nou wel wakker worden meid!'
‘Het is wel de Heks die het zegt....een boze Heks!'
Mooie Vrouw knippert een paar keer en laat daarna de wilde blik in haar ogen los.
‘Dat is me, door mijn grote ontzette verbazing , helemaal ontschoten, zeg!'  sputtert ze verder.
‘De boze heks projecteert datgene op jou wat ze zelf nog moet verwerken' , priemt Hekel scherp haar oren binnen.
‘Juist',  knikt Mooie Vrouw.
‘Je schiet precies midden in de roos.'
Ze tuurt met een melancholische blik naar buiten en ratelt:
"Ik ben juist een scheppend persoon die rust wil en geluk verdiend om verder te schilderen.'
‘Is dat berekenend?'
Hekel schudt van nee.
‘Op bepaalde gebieden zal ik nimmer echt zelfstandig worden en op andere gebieden altijd zelfstandig zijn.'
Is dat erg?'
Hekel schudt weer een paar keer met zijn hoofdje.
‘Mijn geest is wel zeer van het zelfstandige...zo één als een BoeroeBoeroeVrouw en kan ik nog steeds gestuurd worden als het in mijn denktrant past.'
Mooie Vrouw gaat in een rechtere houding zitten, gooit haar schouders naar achteren en vervolgt met een warme zwoele stem:
‘Het is helemaal geen ramp om iets afhankelijk te zijn.'
Ze slikt en hapt naar adem.
‘Vooral niet bij mij ; je kan mij soms opvegen als een verloren en verdwaald neerfladderend vogeltje of ener uitgewrongen dweil.'
Er glijdt een dikke traan over haar wang die ze met haar tong weer opvangt.
‘Daar tussendoor probeer ik van het leven te genieten.'
‘Dat is mijn enige berekening...wat geen berekening is maar een gezonde levensdrift.'
Ze zucht diep en blaast de ingehouden adem hoorbaar de ruimte in.
‘Ach, laat ze maar kletsen.'
‘Laat het langs je heen glijden.'
Mompelt Hekel en werpt zich vervolgens in haar schoot, krult zich opnieuw op en valt weldra in een diepe slaap terwijl Mooie Vrouw 'Summertime' neuriet en zachtjes  mee wiegt.

27. HEKEL, DE BOOM EN DE INTROSPECTIE

HEKEL , DE BOOM EN DE INTROSPECTIE 

Ik ben ontiegelijk moe.
Mijn warme bed nest  kan  ik amper verlaten.
Het herhaaldelijke geroep van het zomerse licht trekt me over de streep en kruip stof happend naar buiten .
In een rood kort nachtgewaadje strompel ik naar een lange stevige boom die zich  zo'n driehonderd jaar geleden midden in het bos van mijner landhuis plantte. Mijn handen voelen aan haar stevige bast en ruik  ik aan de bladeren die zich binnen mijn bereik aanbieden.

Ik klop op de stam , kijk naar boven en begin te klimmen.
Iedere keer vinden mijn voeten en handen plekken om in te staan of om me aan vast te grijpen.

Zonder naar beneden te storten klauter ik behendig naar de top van de boom.
Bovenin zwiept het een beetje.
Er waait een behoorlijke  gure sissende wind .
Boven alle heen en weer bewegende toppen van het bos rondom zie ik de contouren van een dampende grauwe stad aan de horizon.
Iets meer dichterbij snijdt een rivier zich meanderend door het heuvelachtige landschap.
Hoog boven me krijsen enkele met elkaar spelende vogels.
Ik besluit , na wat diepe zuchten,  dat ik hierboven wil wonen.
Ik  verlang  naar rust en kan  alleen nog liefdevolle woorden verdragen.
De woorden die daar niet mee besprenkeld zijn, komen als een overspannen vloek op me af.
Zo erg is het met mij gesteld.
Een tijdje weg van de koude bewoonde wereld kan  geen kwaad.
Mezelf in een krankzinnigen gesticht laten opsluiten is  geen alternatief.
Daar heersen immers dezelfde chronische bundelingen van harde woorden terwijl ik vooral even woordeloos wil zijn.
Buiten dat, binnen de kortste keren breek ik toch weer uit.
Iedere vorm van gevangenschap wroet immers het beest in mij wakker.

Na het besluit om in de boom te gaan wonen klauter ik  opgelucht naar beneden en sleep  even later het broodnodige bouw materiaal voor mijn nieuwe onderkomen aan.
Daarna is het dagenlang een getimmer van jewelste.
Als de stilte valt is mijn boom-hut-atelier klaar .
Nog een lik vrolijke verf en wat intens gesjouw met mijn spullen en kan mijn leven weer beginnen.

Al gauw  kruipt Hekel, mijn denkbeeldige alter ego van pakweg 20 centimeter klein, mijn boomhut binnen.
Ik ben blij weer eens een levend wezen over de vloer te hebben
En dan nog wel een wezentje wat mij door en door  kent en ziet wie ik ben!
Na wat verwelkoms rituelen , hapjes en drankjes begint Hekel als vanouds mij met de nodige introspectie vragen te bevuren.
Van hem kan ik dat wel hebben.
Van de ander niet.
Als ener schot in de roos vraagt het wezentje:
‘Waarom hou je niet meer van de wereld?'
‘Mmmm....Ze heeft me gekwetst', brom ik  mokkend terug.
‘Ho, ho, dat kan niet.'
‘We beginnen overnieuw.'
Hekel gaat voor me op de oude houten tafel zitten.
Op de achtergrond wuiven de toppen van de bomen in een langzame cadans.
‘Wie staat er voor ‘de wereld' die je heeft gekwetst?'
‘Ja, helemaal waar',  sputter ik met een  bijna pruillip terug.
'Dat 'de wereld' me gekwetst heeft  is geen reëel beeld'.
'Nee, het gaat om vooroordelen van sommigen uit mijn omgeving'.
'Het doet pijn dat ik nog steeds in zo n slechte hoek wordt gezet.'
‘Aha, dus je hebt pijn?'
‘Ja, het doet me pijn dat mensen me niet kennen.
'En, dat terwijl ik zeer veel van mezelf kan laten zien.'
‘Dan ligt het dus aan de verkeerde interpretatie van de ander' , interrumpeert Hekel.
‘Daar bevindt zich de ruis, de verkleuring, een vertekend beeld.'
Het wezentje gaat anders zitten  en trekt zijn wenkbrauw nog meer omhoog.
‘Dus de woorden die jou pijn doen, gaan uiteindelijk helemaal niet over jou?'
‘Precies.'
‘Meer over de ander.'
‘Juist!'
‘Nou, als dat zo is, dan hoef je jezelf toch helemaal niet zo gekwetst op te stellen?'
‘Helemaal waar'
'Het dringt nu pas goed tot me door.'
'Normaal gesproken stel ik me niet zo afhankelijk op.'
‘Mmmmmm...maar dit keer wel', mummelt Hekel verder.
'Het heeft namelijk ook met verlies te maken'.
'Verlies van de ander', sputter ik verder.
‘Leg eens uit', vraagt Hekel met een vriendelijke warme nieuwsgierige stem.
‘Nou, lieve schat luister':
'Ik ging er van uit dat de mensen met deze giftige roddel tongen, van me hielden'.
'Daar twijfel ik nu ten zeerste aan'.
'En dat is pijnlijk.'
‘Zeg dat.......'
‘Ondanks dat, blijf ik wel van ze houden'.
'Maar dan op een afstand.'
Hekels oogjes fonkelen en hij vervolgt:
‘Nu schiet me ineens een andere vraag te binnen.'
'Zouden de mensen met de giftige tongen wel van zich zelf houden?'
'Zouden ze ooit aan zelf introspectie doen?'
‘Goeie vraag Hekel, ik begin ook steeds meer te twijfelen of de eigenwaarde van de giftige tongen mensen wel in de goed verhouding met ‘ het zelf ' staan.'
‘Dus je laat je mogelijkerwijs in een hoek drukken door mensen die niet eens van zich zelf houden?'
‘Tja, dat lijkt me inderdaad wel een onlogische logica.'
‘Buiten dit alles...hoe is het toch mogelijk dat jou dat  iedere keer overkomt?'

' Dat je je voor zo'n gat laat vangen?'

' In die kuil valt?'
‘Mmmmm......tja....Dat is het gekwetste kind in mezelf...die zit zo vreselijk diep verstopt...ze is moeilijk te pakken te krijgen......En zo heel af en toe, als de stress op een opgestapelde hoop voor me ligt, steekt ze haar koppie weer boven het maaiveld.....Ondertussen sleurt mijn andere speelse kind me er weer door heen......Zij verzon immers ook dit introspectie spel.'
‘Aha, dus je hebt een gekwetst en een speels kind in jezelf?'
‘Ja, dat klopt.'
Hekel gaat staan en springt en dribbelt op en neer.
Hij kirt:
‘Heb je nog meer stukjes persoonlijkheid? '
'Nu we toch bezig zijn.'
‘Ja, hoor, er bestaat ook nog een BoeroeBoeroeVrouw....Die heeft een 300 jaar oude ziel...ze kan voor overzichten zorgen en durft diep in mijn onderwereld te graven......En dan ook nog mijn hippie meisje....Die houdt van vrijheid.....Naar het luisteren van de bamboe...Dansen op de muziek.... Slapen in het gras.... Op de schoot van mijn lieffie zitten.... Door hem gedragen willen worden......'
‘Het zijn allemaal stukken van mij die een geheel vormen...niks geen splitsingen of dubbele alter ego ‘s.'
‘Mmmmmm...dat klinkt goed!',  zwoelt het wezentje.
‘Lekker avontuurlijk.'

Hij geeft een paar dikke knipogen weg.

‘Kom laten we gaan spelen!'

Even later gieren Hekel en ik in de lianen van het donkere ritselende bos en verkennen we de boel grondig.......

28. HEKEL EN DE SCHOFTEN SCHEUREN

HEKEL EN DE SCHOFTEN SCHEUREN

De buurtkroeg in het centrum van de stad is nagenoeg leeg.  Een rondborstige bar vrouw zit in het midden van de ruimte aan de grote oude houten leestafel een krant te verslinden.
Mooie Vrouw en Hekel zitten in een donker hoekje.
De Mooie Vrouw weent in stilte.
‘Ach Mooie Vrouw', vraagt Hekel,
‘Waarom blijf je zolang huilen?'
‘Waar haal je toch al die tranen vandaan?' , fluistert het wezentje dat inmiddels op de tafel is geklommen.
Hij kijkt haar met een grote frons in zijn voorhoofdje aan. Vanuit een diep perst Mooie Vrouw woorden uit haar mond.
‘Ik heb vroeger schoften ontmoet Hekel.'
'Schoften van het eerste uur.'
‘Altijd was ik sterk...altijd was ik groot, ' zucht ze.
Hekel kijkt omhoog, fronst nog meer en vraagt:
‘Waarom huil je dan?'
Het wezentje pakt haar hand, aait en klopt er op.
‘Er is wat gaan lekken in mijn ziel.'
‘Het sijpelt nu door de ontstane scheuren.'
‘De gepantserde muur die ik om mij heen had gebouwd brokkelt eindelijk tot de laatste steen af ', schokt Mooie Vrouw verder.
‘Al die verstopte terechte emoties van toen ontglippen nu.'
Ze steekt een sigaret op.
Tranen blijven vloeien.
Af en toe schokt haar lichaam.
‘Ach, mijn lieffie', prevelt Hekel
‘Je lijkt nu op de droefste vrouw van de wereld!'
‘Klopt, dat ben ik ook!' , roept Mooie Vrouw serieus zonder enige vleug van zelf medelijden in haar donkere stem.
‘Maar maak je niet ongerust, Hekel!' , schalt ze verder.
Er ontstaat een fonkeling in haar doorweekte ogen.
‘Deze uitgewrongen laveloze toestand is maar tijdelijk hoor!'
‘Ik moet alleen nog een goed mandje zien te vinden waar ik ze in kan stoppen!' , zegt ze serieus en geeft een dikke knipoog aan Hekel weg.
‘Ha, wat wil je in dat mandje stoppen?' , kirt Hekel hoorbaar in de ruimte.
Rondborstige barvrouw kijkt op van haar krakende krant en glimlacht.
‘Mijn emoties natuurlijk die ik bij die krenkingen wel had, maar ze vaak verstopte.'
Mooie Vrouw pakt een lippenstift en verft haar lippen rood.
‘Ahhhh.......je zoekt een mandje voor je pijn?!'
‘Precies lieve schat.....ik zoek een pijn opberg mandje.'
Ze lachen allebei luid.
‘Kom, kom eens hier', fluistert Hekel warm en wenkt haar met zijn handjes.
Mooie Vrouw buigt haar hoofd naar de tafel en blaast door zijn haartjes.
Het wezentje pakt een puntje van een papieren servet en dept daarmee haar bijzondere gezicht droog.
Af en toe geeft hij kusjes weg.
Als er een dikke traan over haar wang rolt fluistert Mooie Vrouw ontroerend zwoel:
‘Die is voor jou Hekel.'

Even later pakt ze het wezentje op, drukt hem teder tegen haar boezem en wiegt zichzelf zacht heen en weer. Weldra valt Hekel in een diepe slaap.

De stad vloeit langzaam in de schaduw van de avond.
Tegen sluitingstijd verlaat Mooie Vrouw op sierlijke wijze de kroeg.  De mannen die inmiddels de bar bezet houden, volgen haar gestalte in gezamenlijke woordeloosheid.
Terwijl haar hakken tegen de echo aan klakken en ze zich even later door de nacht laat opzuigen, neuriet ze kalm:

‘Who knows about my needs?'

‘Who knows about my longings?'

‘Who knows about my fears or what strong is?'

‘Who knows about me?'

29. HEKEL EN DE COMMUNICATIEPLICHT

HEKEL EN DE COMMUNICATIEPLICHT.


Het is een stralende dag in de lente.
Hekel ligt pontificaal op een los kussentje van een stoel in de luwte van het terras.
Door de streepjes van zijn oogjes gluurt hij af en toe naar het kleurrijke altijd veranderende geroezemoes van de stad.
Plots ziet hij in de verte, Mooie Vrouw aankomen.
In plaats van de vertrouwde sierlijke loop, strompelt ze en kijkt ze met een te zware blik naar beneden.
Het wezentje gaat rechtop zitten en blijft haar met een bezorgde frons gade slaan.
Als Mooie Vrouw dichterbij is gestrompeld roept en wenkt Hekel haar nadrukkelijk.
‘Kom jij eens even bij me zitten!' , roept hij bijna op commando en klopt een paar keer, als zit gebaar op de andere stoel.
Mooie Vrouw ploft weldra  neer en kijkt met gebroken ogen haar mini vriendje Hekel aan.
Nog voor er woorden uit haar mond kunnen ontsnappen, barst ze in snikken uit.
De tranen persen zich met alle gemak uit haar nu wel erg gehavende gezicht.
De Rondborstige BarVrouw met de altijd rossige wangen, snelt toe met een groot glas water.
Dan bibbert Mooie Vrouw:
‘Mijn liefde heeft met me gebroken en kan ik het instorten niet tegenhouden.'
‘Ach, mijn kind, ' fluistert de Zwoele BarVrouw en kroelt wat in haar dikke rode bos met haren.
‘Dat is niet het ergste', snikt ze verder.
‘Ik begrijp best dat het een moeilijke opgave is om een 35 jarig huwelijk te beëindigen voor een verliefdheidswaan.'
Mooie Vrouw pakt het blinkende glas water en drinkt deze klokkend in een teug leeg.
‘Dat begrijp ik best,' vervolgt ze schor.
‘Die pijn kan ik wel dragen op den duur.....'
Hekel en de Rondborstige BarVrouw kijken elkaar verbaasd aan en roepen tegelijk:
‘Waarom stort je wereld dan in?'
‘Het is het zwijgen en het liegen wat me kapot maakt.'
Haar snikken klinken nu weerbarstig door de ruimte.
‘Ach, ach', slikt Hekel en schudt met zijn hoofdje.
Hij springt met een kort ingehouden gilletje van de tafel op haar schoot en spreid zijn handjes op haar schokkende buik.
‘Na maanden lang intens e-mail contact is bijna alle communicatie klakkeloos verbroken en komt de stilte als een nekschot op me af.'
Een diepe zucht perst zich uit de rode lippen mond van Mooie Vrouw.
‘Ja, meid,' zegt RondBorstige Bar Vrouw.
‘Misschien weet hij zich ook geen raad.'
‘Mmm....Dus de verwarring zaait de stilte?'
‘Dat zou kunnen.' zucht BarVrouw.
Mooie Vrouw snikt verder.
Er ontstaat ook een lijntje vocht onder haar neus,
die ze voorzichtig met een verkreukelde zakdoek droog dept.
‘ En mijn lieverd duwt me ook weg, rekent me af, op een of andere  onbelangrijke stomme virtuele reactie die ik weken geleden  eens pleegde.'
Er valt een stilte.
Hekel springt weer op de tafel en roept hoorbaar:
‘Ahhhhhh...dat is alleen maar goed!'
‘Echte liefde kan namelijk tegen een stootje.'
‘Nee, nog erger, echte liefde kan grote stoten verdragen!'
‘Moet je eens kijken wat hij er af en toe uitkraamt!'
‘Dat virtuele bindt jullie en breekt jullie tegelijk!'
‘Nu weet je meteen wat voor een vlees je in je kuip hebt.'
‘Wees blij dat het is gebeurd!'
Zijn hoofdje is rood aangelopen.
Mooie Vrouw snuit haar neus, frommelt wat in haar tas en steekt weldra een sigaret op.
Ze blaast de rook langzaam en lang naar boven, knipoogt met haar opgezette ogen naar BarVrouw, aait Hekel over zijn bolletje.

Binnen in haar kreunt haar hart.
Het scheuren doet pijn.

Met de meest verloren blik sputtert ze binnendsmonds:
‘Wat moet ik zonder jullie beginnen?'
'Wat moet ik uberhaupt nog beginnen?'

30. HEKEL, KAMELEON EN DE VRIJE VOGEL

HEKEL ,  KAMELEON EN DE VRIJE VOGEL.


Het is een zonovergoten blinkende stralende zomerse dag.
De stad zindert en lonkt ze naar de iets lauwere avond.
Hekel ligt sudderend als een tevreden stoofpeertje in het midden van een tafeltje  die in de luwte van de naar adem snakkende schaduw van de bamboe staat.
Het hoge dichtbegroeide, af en toe door de wind ritselende mini oerwoud , heeft zich in de loop van de tijd pronkend aan de rand van het terras van de buurtkroeg weten te nestelen.
Mooie Vrouw zit iets verderop in een sjieke sobere strakke zwarte jurk hoorbaar zuigend aan een rietje het koude vocht telkens met teugjes uit een groot dik wasemend glas tot zich te nemen.
Dan weer laat ze zich achterover zakken  en sluit af en toe haar grote ogen achter de donkere zonnebril nu de zon haar tintelend warm sust en aait .   
Zo nu en dan reikt Mooie Vrouw  met haar hand naar Hekel om zijn hoofdje aan te raken en in zijn krulletjes te kroelen.
Het wezentje geeft dan half kirrende spin geluidjes terug en ademt er al een tijd lang een vredige rust op het nogal lege terras.
In een afgelegen hoek staart een man glimlachend naar het boek in zijn hand terwijl hij sporadisch in zijn kop koffie roert.
Iets verder giegelen drie meiden van onschat bare leeftijd . Ze zitten dicht tegen elkaar aangeschoven ,  kijken soms schuchter om zich heen en lurken tegelijk aan de dikke fel gekleurde rietjes die opvallend in hun cola's steken.

Na een tijdje fluistert Mooie Vrouw binnendsmonds:
‘Hekel, Hekel, luister eens.'
‘Mmmmmm......', antwoord het wezentje sloom en nog geheel van de wereld.
Ze buigt zich voorover en slist dan vlakbij zijn oortjes:
‘Ik ben een kameleon geworden'.
Hekel knippert een paar keer en zegt , terwijl hij door de spleetjes van zijn dichtgeknepen oogjes kijkt :
‘Nou, ik zie nog altijd een mooie vrouw vlak bij me zitten en er is geen hagedissen soort te bekennen!'
‘He , doe niet zo flauw', spettert ze terug.
Ze zet haar donkere bril af en vervolgt serieuzer:
‘Nee, in mijn huidige leven ben ik een kameleon.'
‘Op een dag laat ik mijn staart, die nu noodgedwongen tussen mijn benen huist en mijn oude vel volledig los en vlieg ik , op een onverwachte blijde dag als een herborene mijn leven uit.'
‘Ohhh...', gaapt Hekel nonchalant.
‘Dat geluid heb ik eerder gehoord.'
Hij geeft een paar hoorbare luchtkusjes en een dikke knipoog aan Mooie Vrouw weg.

Met een minder fluisterende toon vervolgt ze:
‘Ik moet mij nu verschuilen achter de schijnheilige losgerukte naden van mijn afgebrokkelde ontwrichtte bestaan en huis tegenwoordig uit zelfbehoud, als een soort nar in mijn eigen leven'.
‘Oef, dat klinkt heftig!' sputtert Hekel ineens wakker , wrijft zijn oogjes uit en klautert terstond op haar schoot.
Als hij zich tussen haar dijen heeft genesteld vervolgt ze:
‘Nee, dat heftige, dat is er niet meer.'
‘De heftigheid heb ik juist met mijn kameleonnen huidje weg kunnen duwen en heeft de lichtvoetigheid alom zijn intrede gedaan.'
‘Dus je bent ineens weg?'
‘Precies.'
‘Zoals een vogel'. ‘
Dat lokt mijn leven uit!'
‘Er is geen andere weg.'
Mooie Vrouw pakt het dikke koude hoge met druppels beslagen glas, haalt het rietje eruit , tikt er even mee op het glas en drinkt  vervolgens het restant vocht in een teug klokkend op.
‘En..... hoe kan ik jou dan weer terug vinden?, vraagt Hekel met een nogal ongeruste trilling in zijn stemmetje.
‘Ik kan toch niet vliegen!'
‘Hekel toch!' proest ze bijna uit.
Ze neemt het wezentje voorzichtig in haar handen, tilt het vlak voor haar welriekende schone gezicht en zegt:
‘Jou neem ik  als eerste mee schat!'
‘Ik kan toch niet zonder jou!'
Er perst zich een bijna onzichtbare traan uit een van de ooghoekjes van het wezentje en plet Mooie Vrouw hem zacht tegen haar ronde welriekende volle borst.
Dan neuriet ze :

‘Ani l'dodi v'dodi li'

‘Ani l'dodi v'dodi li'

Ze wiegt automatisch mee en legt het wezentje op haar schoot.
Vlak voor de dolgelukkige glimmende glunderende Hekel in slaap valt vraagt hij nog:
‘Wat betekent dat?'
'Ani l'dodi v'dodi"?'

Mooie Vrouw kijkt naar de inmiddels iets donker geworden lucht, speurt naar de verschenen sterren en zegt  nog steeds naar boven starend zwoel:

                         ‘Mijn geliefde is van mij
                           
                                               en
            
                                   ik ben van hem.'

Ver weg roept de schreeuw van een kerkuil en lijkt de wereld zich in het geluk gestort te hebben.
Althans......Ze bijt zich er in ieder geval even in.
 

31. HEKEL EN DE FADO

HEKEL EN DE FADO

De stad zindert van de hitte.
Het terras van buurtkroeg in het centrum, staat in de schaduw van een grote dichtbegroeide ruisende boom.
Mooie Vrouw trekt haar strakke zwarte enige zomerjurk recht en zuigt hoorbaar het citroenwater door een rietje. Uit het zwarte gat van de deuropening klinkt Fado.
Hekel ligt voor pampus op Mooie Vrouw d'r schoot.
Telkens probeert Mooie Vrouw zich in de stoel te nestelen en kijkt ze constant naar de mobiel op tafel, pakt deze op en legt weer neer.
De frons tussen haar ogen wordt steeds groter, ogen donkerder....
De daardoor wakker geworden Hekel besluit om in te grijpen.
Het wezentje klautert uit zijn slaap houding, wrijft  in zijn oogjes  en zit even later nieuwsgierig op tafel naar Mooie Vrouw te kijken.
Hij knippert met zijn oogjes en schraapt:
‘Wat is er loos Mooie Vrouw......waarom die grote onrust?'
‘Ach, Hekel, je moest eens weten.....Ik word gek van mijn knellende gedachten!'
‘Vertel'
‘Vanmiddag gaat mijn oude moeder onder het mes....krijgt een nieuwe heup.'
‘Aha...dat is mooi' , zegt Hekel en klopt op haar hand.
‘Straks kan ze weer beter lopen.'
‘Ja....laten we het hopen.'
‘Maar telkens bekruipt mij de vreselijke angst dat ze het niet haalt!'
‘Complicaties, ziekenhuisvirussen, harten die stil staan...of propjes die los schieten.'
Ze krijgt nu de meest angstige blik in haar ogen.
Hekel trekt met een wenkbrauw.
‘Ach kind toch, dat hoeft toch niet allemaal te gebeuren.'
‘Het gaat toch vaker goed, dan niet.'
En hij wrijft en knijpt nog meer in haar hand.
‘Straks ga jij nog dood van al je eigen  ongerustheid!' , spreekt hij ernstig.
‘Je ziet er nu te ongerust uit!'
Mooie Vrouw zucht, kijkt Hekel doordringend aan en ontvouwt haar gezicht langzaam in een ontspannener stand.
‘Ik kan nu ook geen stap verzetten.'
‘Moet bereikbaar zijn.'
‘Ja, dat kan ik me voorstellen!' , kraait Hekel.
Het wezentje springt op haar schoot, schokt zich tegen haar zachte buik en zegt:
‘Dan zitten we toch met z'n tweeën in de wachtkamer!'
‘We wachten net zolang tot alles goed is.'
Met deze woorden tovert Hekel een kleine glimlach rond haar volle rode mond.
De Fado klinkt nu harder uit de buurtkroeg.
Ze  schalt en wiegt de angst.
De wind ruist.
De stad zindert.
Het citroenwater is koel en streelt binnenkanten.
Een stuk verderop rijdt een brancard de operatiekamer binnen.
De Chirurg is goedgemutst.

(juni 2006)

32. HEKEL EN DE GIFSLANGEN

Hekel en de gifslangen

Help, ik ben gebeten!' schreeuwt Mooie Vrouw vanuit de woestijn.
‘En ík heb geen tegengif!'
Hoe ze ook roept, wat ze ook zegt, het gif blijft maar door haar lichaam klotsen
Het is niet te stoppen.
‘Ik heb niet alleen mijn schrijf plek verloren.'
‘Ook het contact met de wereld ben ik kwijt,' snikt ze.
‘Het enige lijntje wat ik met de wereld had is door gesneden.'
Haar stem wordt steeds zwakker.
De tranen minder.
‘Ik red het niet,' denkt ze terwijl ze langzaam de grond raakt.
Overal hadden de slangen zich laten zien.
Overal hadden ze gebeten.
Ze had wel wat terug geduwd.
Wat woorden laten vallen.
Die vielen in het niets wat de slangen terug spogen.
En niemand die het zag.
Niemand die het merkte.
Alleen Mooie Vrouw wist het.

33. HEKEL EN DE KREUKELZONE

HEKEL EN DE KREUKELZONE

Alsof er niets gebeurd is laten de stralen van de zon zich welgevallig op het inmiddels dampende en druk bezette terras van de buurtkroeg vallen .
De regenval , die bijna de hele zomer duurde, lijkt op slag te zijn vergeten.
Mooie Vrouw heeft zich op een bankje in de schaduw genesteld.
Op een wiebelend tafeltje staat een plat bord met pasta salade en een groot glas op een dun pootje, te wachten op verorbering.
De witte servet heeft ze als blijk van starthouding nonchalant op haar schoot gedrapeerd.
Hekel ligt voor pampus aan haar zij.
Af en toe draait hij zich met knor geluidjes om en kijkt met spleetoogjes het terras over.
In de verte tuft een opgekalefaterde houten sloep door de openstaande bek van een brug .
Mooie Vrouw staart naar de glimmende salade, roert er even in, neemt een flinke slok van de wijn en propt kort daarop behendig een hap van de smeuiige gekruide pasta met een vork in haar wellustige mond.
Ze mummelt dat het smaakt.
Inmiddels ligt Hekel op zijn rug, spert zijn oogjes open , ziet Mooie Vrouw genieten en zegt:
‘Het leven is nu goed he?'
Mooie Vrouw kijkt , al zachtjes kauwend, met een verbaasde blik naar beneden en fluistert wat kattig:
‘Dat is schijn Hekel! Ik leef nog steeds in de kreukel zone, lieverd!'
Het wezentje lacht en schatert hoorbaar:
‘Nou, je ziet er wel verdomd mooi en gelukkig uit voor ‘de kreukelzone!'
Mooie Vrouw dept met de servet wat olijf olie van haar rood geverfde mondhoek, neemt wederom een ferme slok van het koude vocht en fluistert scherper dan voorheen:
‘Het is allemaal schijn Hekel!'
Het wezentje springt op, klautert op tafel, gaat recht voor Mooie Vrouw zitten en vraagt:
‘Hoezo schijn?'
Mooie Vrouw draait wat onrustig met haar billen op het krakende stoeltje, slaat de servet met een dof klapje naast de tafel uit en zegt geïrriteerd:
‘Goh, nu ben je net zo onnozel en struisvogelachtig als mijn omgeving.'
‘ Die willen ook dat alles weer als vanouds is.'
Met beide handen pakt ze de servet aan twee uiteinden en vouwt deze behendig tot een kleiner vierkant.
Ze legt het gevouwen goedje naast haar bord en drukt er met de onderkant van haar hand op.
Met een norsere blik vervolgt ze:
‘Ga er maar vanuit dat ‘vanouds' niet meer bestaat en nimmer meer zal terug keren.'
Ze tuurt naar boven en volgt enkele spelende zwaluwen die piepend in de heldere blauwe lucht duikelen.
Ze mijmert:
‘Morgen heeft voor niemand ooit bestaan.'
‘Die slurpen zo wie zo oude tijden op.'
‘Buiten dat, als ik eenmaal rol, dan blijf ik rollen.'
In haar ogen valt de blik van een gewonde blues zangeres die in een late nacht tent is blijven hangen, even stil.
‘Ik heb mezelf bewust in de kreukel zone geplaatst om niet aan flarden geschoten te worden door al die relmuizen om me heen.'
‘Het schijnt dat veel mensen in een schijnwereld willen leven.'
Ze trekt één van haar wenkbrauwen omhoog en zegt serieus:
‘Nou ,dan ga ik nog liever dood. Als ik ergens de pest aan heb, dan zijn het de schijn toestanden wel!'
Nog voor haar blik in de droefheid blijft hangen persen zich rimpeltjes in het voorhoofdje van het wezentje en roept hij kordaat:
‘Nou , je doet het heel goed hoor, voor iemand in de kreukel zone!'
Hij vangt haar blik en geeft een paar warme blinkende knipogen weg.
Mooie Vrouw doet hetzelfde.
Dan proesten ze tegelijk in barstend lachen uit en vliegen de tranen schaterend in de rondte.
Mooie Vrouw kijkt nog schuddebuikend naar haar glas en zegt spottend:
‘Laat ik dat maar even vieren en er nog eentje nemen!'
Nog voor ze in de volle lengte is op gestaan om in het donkere deurgat van de kroeg te verdwijnen, is Hekel op haar schouder gesprongen en vrolijkt hij rijkelijk de kreukel zone op met zijn kir geluidjes.
‘Ík doe mee!'
‘Ik doe mee!', schreeuwt hij blijmoedig.......

 

34. HEKEL EN DE LIEFDE

HEKEL EN DE LIEFDE

Mooie Vrouw heeft zichzelf naar beneden laten zakken en ligt  nu pontificaal languit op de houten vloer van het lege buurtcafe.
Alleen rondborstige Annie met haar altijd rode wangetjes staat achter de bar glazen te poetsen alsof haar leven er van af hangt.
Af en toe houdt ze zo'n blinkend glas omhoog en draait gewiekst de doek er nog maar weer een keer in rond en kijkt ze telkens met dichtgeknepen ogen door het glas heen.

Ze houdt Mooie Vrouw scherp in de gaten.
Soms schudt ze even met haar hoofd en mompelt:
‘Hier is ze tenminste veilig.'

Annie had het al zien aankomen en Mooie Vrouw laten begaan omdat ze wist dat de instorting van tijdelijke aard was.

Twee kussentjes ondersteunen Mooie Vrouw haar hoofd.
Ze staart af en toe met een afwezige blik naar het plafond.
Dan komt Hekel hijgend en puffend de hoek om, rent linea rect de kroeg in en stuift met hoorbare dribbel geluiden op Mooie Vrouw af.

‘Over vijf minuten de flamenco!', roept het wezentje naar Annie.
De vrouw met de altijd rode wangetjes geeft een dikke knipoog weg en vervolgt het poetswerk.
Hekel fluistert wat in Mooie Vrouw haar oor en aait zacht haar wit uit geslagen ietwat ingevallen wang.
Mooie Vrouw knippert met haar ogen en opent ze zoals zware luiken dat doen.
Ze kijkt vanuit een geheel andere wereld in de vochtige glitter oogjes van Hekel.
Om haar blik moet hij achter elkaar knipperen, zucht een paar keer diep en zegt:
‘Je mag jezelf niet zo laten afsnijden.'
‘De wereld vergaat niet, zo zonder weblog.'
‘Nou' perst ze vanuit een diep,
‘Ik verlies wel het contact met de wereld.'
‘Maar het ergste is nog met mijn liefje.'
'Ach, nee, niet echt', schraapt het wezentje er tussen door.
‘Dat overleven jullie ook wel weer'.
‘Relativeer het.'
‘Relativeer het.'
‘Je maakt het erger dan het is!'
Hekel kijkt naar de rondborstige barvrouw en roept:
‘Muziek, please!'
Annie draait de volume knop goed open en schalt de flamenco door de ruimte die de namiddag bedomptheid abrupt wegduwd.
Er ontstaat een schittering in de wazige ogen van Mooie Vrouw.
Ze gaat recht op zitten, pakt het wezentje met twee handen en zoent zijn voorhoofd.
Even later danst ze de sterren van de hemel en lijkt haar lichaam de klanken steeds sneller te willen volgen.
Hekel lacht en dribbelt mee.
Geheel op zijn eigen manier.

35. HEKEL EN DE LEFMENSEN

HEKEL EN DE LEFMENSEN

Mooie Vrouw slurpt hoorbaar aan een rietje.
Telkens als ze de warme chocolade melk met slagroom in haar mond voelt stromen slaakt ze een miniscuul kreetje van genot.
Hekel ligt gekrult in de vensterbank van de buurtkroeg en slaat haar met plezier gade.
Mooie Vrouw ziet dat en brult ineens tussen het slurpen door wat schor door de ruimte richting het bijna ingedutte wezentje.
‘Hekel!'
‘Wist je dat ik tot de lefmensen hoor?'
‘Dat je wat?' vraagt Hekel gapend en houdt zijn handje achter zijn oor.
‘Ik behoor tot de lefmensen', zegt Mooie Vrouw nu bijna schreeuwend.
‘De lefmensen?', schalt het wezentje door de kroeg.
Hij rolt zich uit zijn liggende houding, krabbelt overeind en zit weldra pontificaal op de wiebelige tafel voor Mooie Vrouw die hem glunderend aan kijkt.
Ze steekt een sigaret op, blaast hoorbaar de rook uit haar rood geverfde volle mond en vervolgt:
‘Áls iemand in het water valt spring ik er zonder nadenken achteraan.'
‘Echt waar?', sputtert Hekel.
‘Echt waar Hekel, als de ‘nood breekt wetten parade' arriveert ben ik van de partij.'
Mooie Vrouw zucht.
‘Eigenlijk vind ik mezelf heel normaal.'
‘De ander is meer wat laf of passief door angst bevangen.'
‘Zelfs nu merk ik het en dat doet zeer.'
‘Wat doet zeer?' stamelt Hekel .
Nou, je weet toch dat ik onterecht van het volkskrantblog ben verwijderd?'
Ze slikt een paar keer.
‘En dat de redactie gedreigd heeft om juridische stappen te ondernemen als ik in een andere vorm op het volkskrantblog verschijn?'
‘Het walgelijke is dat ze die juridische stappen nimmer zullen nemen, daar ik niks buiten de spelregels om heb gedaan. Het is pure bluf van het weblog.'
‘Op een dag heb ik simpelweg Jezzebel betrapt met het chronisch publiceren van foto's van een kennis.'
‘Je weet wel die vrouw die soms anderen onterecht aan viel en zelf de regels niet zo nauw nam.'
‘Toen ben ik ook in het water gesprongen en heb ik haar geconfronteerd.'
‘Álleen de redactie van het volkskrantblog laat zich beinvloeden door de schijnheiligheid van de ander en hebben zodoende een subjectief beleid toe gepast.'
‘Daar ben ik een slachtoffer van!'

'Hoe kun je nu iemand verwijderen die een ononzel zinnetje heeft geplaatst?'
Er rolt een dikke glimmende traan over haar wang.
Met een trillende hand steekt ze een verse sigaret op.
‘Dat ik er helemaal niets aan kan doen of veranderen, steekt me nog het meest.'
‘Heb je de ombudsman ingeschakeld?', fluistert het wezentje met een wat ongeruste ondertoon .
‘Ja, natuurlijk heb ik die ingeschakeld!'
‘Ík hoor daar niks van.....'
‘Ik besta simpelweg niet meer!'
‘Schandalig!'
‘Zeg dat!'
Hekel pakt haar hand vast en aait en klopt erop.
‘Gelukkig heb ik jou nog, lieverd', schraapt Mooie Vrouw ver vanuit haar keel.
Ze pakt het wezentje op , kust zijn voorhoofdje en drukt hem zacht tegen haar borst.
Hekel geeft spingeluidjes en trappelt met zijn beentjes.
Evenlater ligt het wezentje veilig in de plooien van haar warme schoot en valt weldra in een weldadige slaaptoestand.

36. HEKEL EN DE KATER

ÁU!', proest Mooie Vrouw.
‘Ér zit een kater in mijn hoofd!'
Hekel kijkt op uit zijn middagdut, gaapt een paar keer hoorbaar en rekt zich flink uit .
‘En die kater voelt als een bundel stenen in mijn hoofd die telkens tegen mijn schedel bonken en mijn ogen er uit willen drukken.'
‘Nou , zeg! Wat een gruwelijk beeld beschrijf je daar,' sputtert Hekel die inmiddels op Mooie Vrouw haar schoot is gesprongen.
‘Ja, zo voelt het ook', zucht Mooie Vrouw.

'Wie zich brand moet op de blaren zitten.'
Ze legt de zak met ijs weer op haar hoofd en leunt kreunent naar achteren.
‘Het schijnt dat het te veel drinken van alcohol het vocht tussen je schedel weghaalt.'
‘Daar ontstaat de pijn in je kop door.'
‘Gisteren avond zat ik met wat onbekende mensen aan de bar te eten en te drinken.

Het werd steeds gezelliger.

Ik kreeg telkens allerlei lekkere drankjes voor geschoteld en bruisde de hele sfeer.

Dat had ik blijkbaar net even nodig om weg te vluchten van alle sores van het soms harde  leven.'
De Vrouw met de kater legt de zak met ijs op de tafel, trekt haar strakke zwarte jurk iets meer naar haar welgevormde knieen,  graait een flesje parfum uit haar tas , sproeit deze weldadig op haar nek en snuift diep.
‘Zo, dat voelt iets beter aan.'
Hekel kucht en wappert met een handje voor zijn mond.
‘Als het de alcohol niet is dan is het de parfum wel,' mompelt het wezentje onverstaanbaar.
Mooie Vrouw zet het ijs weer op haar hoofd en blijft roerloos achterover geleund op het houten kroeg stoeltje zitten.
Er schuivelen wat mensen met nog meer katers  door het donkere gat van de deur naar binnen.
Ze glimlachen als ze Mooie Vrouw met het ijs op haar hoofd zien zitten.
De rondborstige barjuffrouw dribbelt met een groot glas dampende koffie richting de katerige Vrouw, zet het op haar tafeltje, knipoogt en fluistert:
‘Het was wel oerend gezellig gisteren zeg, we rolden met z'n allen zingend en proestend de nacht in.'
Mooie Vrouw pakt haar hand en zegt zwoel terug:
‘Ik had het voor geen goud willen missen.'
‘Ik ook niet!' roepen Hekel en de rondborstige barjuffrouw in koor.
De twinkelingen vliegen uit al hun ogen........

37. HEKEL EN HET VIRTUELE BIG BROTHER IS WATCHING YOU'SCHOUWSPEL

Hekel, Hekel!', roept Mooie Vrouw vanachter haar donkere zonnebril.
‘Ik ben in een naar script van Big Brother soap terecht gekomen!'

Mooie Vrouw klakt met haar laarzen over het terras van de Buurtkroeg en wuift naar Hekel die in de vensterbank ligt te luieren.

Het wezentje wuift terug en gaat recht op zitten.
Als Mooie Vrouw hijgend tegenover hem zit , fluistert hij:
‘Wat riep je net? Iets over een BIG BROTHER SCRIPT?'
Hij fronst zijn wenkbrauwtjes en kijkt haar observerend aan.
Mooie Vrouw ritselt een sigaret uit haar tas ,zuigt daar hoorbaar aan en vervolgt stamelend:

‘Nou je weet toch dat ik door het gemene spel van anderen, onterecht van het www.volkskrantblog.nl/blog/598  ben verwijderd en dat ik helemaal niks hoor van de ombudsman?'

‘Ja, dat weet ik', zucht Hekel .
‘Nou....en je weet toch ook dat ik me beeldend en schrijvend moet blijven uitten?'

'Dat mijn uitingsdrift me in balans houdt?'

‘Mmmmm....mmmm..' mummelt het wezentje bevestigend en knikt herhaaldelijk met zijn hoofdje.

‘Nou...speels als ik ben zet ik wel eens ,geheel anoniem vanuit een andere computer, een verhaaltje of proza op het blog. En heel soms kan ik weer via mijn eigen pc thuis op het volkskrantblog kijken en verrraad dan blijkbaar mezelf door het aanklikken van mijn proza.

Telkens worden mijn anonieme bijdragen door de redactie gesloten!'
‘Jeetje wat kinderachtig!' interrumpeert Hekel.
‘Ja, zeg dat!'

'Ze hebben ook gedreigt met juridische stappen als ik anoniem Blogs aan zou maken!'

Ze hebben echter geen poot om op te staan omdat ik buiten hun eigen spelregels om verwijderd ben.'

'Daarom doen ze het steeds op deze manier.'

'Men speelt eigen rechtertje!'
‘Wat onprofessioneel!'

'Wat een machtsmisbruik!'
‘Precies!'
‘Gisteren kwam ik er achter dat men zelfs een heel district bibliotheken heeft geblokkeerd!' slikt Mooie Vrouw verder.
‘Écht waar?' , schalmt het wezentje door de ruimte.
‘Ja, echt waar!'
‘Het is te belachelijk voor woorden!'
‘Daarom ervaar ik het als een naar BIG BROTHER VOLKSKRANTBLOG SCRIPT.'
‘Çonstant loert men op mij.'
‘Éerst waren het Conan, Robert Engel, Francois la Farbe en Doortje die een obsessie van mij maakten, toen kwam de gefrustreerde Jezzebel er nog bij en vertoont de redactie van het volkskrant blog ook al kenmerken van dit kaliber.'

'Bij elkaar vormen zij het script wat tot mijn verbanning en opjaging heeft geleid. '
‘Kijk maar eens op GOOGLE en klik mijn naam in.'
‘Wat een schoften bestaan daar!'
‘De virtuele wereld is niets voor mij.'
‘Helemaal niets.'
Mooie Vrouw haar ogen spugen vuur.
Ze is moe.
De rust is weggelopen.
In haar hart zit een ander scheurtje die er eerst niet in zat.
En het scheurt steeds verder open.
Hekel weet het ook niet meer, springt op haar schoot en klopt op haar hand.
Dat scheelt.
Een beetje.......

38. HEKEL EN DE FAALANGST

HEKEL EN DE FAALANGST
De stad hult zich in een grauwe grijze natte regen deken die van plan is de gods ganse dag te blijven, zich niet om te keren en de stad glibberig en koud te laten glimmen.
In de buurtkroeg hangt de geur van beschimmelde sigaretten rook en vochtige oude stoffen regen jassen die dampend aan de kapstok in de hoek hangen.
Mooie Vrouw zit bij het raam en knijpt met een frisse handdoek in haar rode natgeregende haren.
Af en toe slurpt ze de Irish Koffie met echte slagroom hoorbaar met een rietje naar binnen.
Na elke slok smakt Mooie Vrouw en dept haar rode lippen extra na.
‘Mmmmmm...., dat smaakt heerlijk!', benadrukt ze voor de zoveelste keer.
Hekel, die zich vlakbij Mooie Vrouw op een wollig kussentje op een stoel in een slaapkrul heeft gerold, kijkt met streep oogjes op en knort wat kort omdat hij de slaap niet kan vatten:
‘Ja, dat weet ik nu wel dat je dat lekker vind!'
Mooie Vrouw kijkt naar het wezentje en roept:
‘Nou zeg, laat me toch!'
Tegelijk knijpt ze flink met haar grote ogen richting het wezentje en perst er een dikke knipoog uit.
Hekel knipoogt nonchalant terug en kijkt , vanuit zijn lig positie, lang naar Mooie Vrouw.
Dan zegt hij plots met een intelligente tonatie:
‘Waar ben je nu zo zenuwachtig over, Mooie Mooie Lieve Wat Verscheurde Vrouw?'
‘Ik zie dat je in de onrust vast zit.'
Hij kucht een paar keer en gaat recht op zitten.
‘Kom, laat je onrust in woorden naar me toe vliegen,' vraagt hij bijna smekend.
Mooie Vrouw kijkt het schepseltje warm aan en rapt hortend en stotend:
‘Nou, je weet dat ik straks een openings speech op mijn expositie ga houden?'
Hekel schudt bevestigend met zijn hoofdje en trekt een wenkbrauw nieuwsgierig omhoog.
‘Nou', sputtert ze verder, ‘Soms ben ik bang dat op dat moment supreme mijn woorden zullen bevriezen, mijn tong dubbel klapt en mijn keel dusdanig opdroogt dat ie zichzelf dichtknijpt.'
Hekel gniffelt en interrumpeert :
‘Dat is heel wat!'
‘Én dan sta ik daar met een enorme boei en al die mensen die naar mij kijken.'
‘Ach', lacht het wezentje.
‘Je hebt toch je woorden op papier geschreven?'
‘Die zullen altijd vanaf het papier naar je glimlachen.'
‘Mmmmmm....dat klinkt fijn', antwoord Mooie Vrouw en slikt.
‘Glimlachende woorden houden de boel warm en geolied........ en als je het even niet meer weet kijk je ze gewoon aan zodat alles in een paar minuten de speech inrolt.'
‘Mmmmm....ik heb wel een mooie tekst over de taal en de beelden in mijn hoofd.'
‘Prachtig!'
‘ Je bereid je al voor!' roept Hekel luid.
‘Ik wil je tekst gauw horen!'
‘Echt waar?', fronst Mooie beschadigde vrouw.
‘Gaan we oefenen.'
Mooie Vrouw zucht diep.
Nog voor Hekel op haar schoot is beland dribbelt de faalangst met zijn staart tussen zijn benen de kroeg uit.
Weldra drukt Mooie Opgeluchte Vrouw het meedenkende dierbare wezentje tegen haar welgevormde borsten aan en besluit ze om het papier met de woorden van de speech morgen mee te nemen.

39. HEKEL EN DE TROTSE TROTS IN EEN GESPLETEN SCHADUW

HEKEL , DE TROTSE TROTS IN EEN GESPLETEN SCHADUW

Glunderend en daardoor half zwevend komt Mooie Vrouw, samen met een wolk exotische parfum , de buurtkroeg in het centrum van de stad binnen zeilen.
Ze heeft een zwarte rouches bloes aan die via het laagvallende decollete een spleetje van haar boezem laat zien.
Niet zo'n hele grote spleet waar je pontificaal in kunt verdwalen, maar zo'n kleintje die speels en aandoenlijk brutaal tevoor schijn komt.
‘Wat zie jij er gelukkig uit!' roept Hekel blij vanuit zijn plekje op de vensterbank.
Het wezentje springt op en vliegt naar Mooie Vrouw.
Ze heeft haar armen gespreid en buldert:
‘Kom hier mijn lieve, lieve , lieveling!'
Hekel springt als een aapje tegen haar aan en wordt even later bijna, door de warmte van haar armen, verpletterd.
‘Ík ben zo trots', fluistert ze met de meest zwoelste tonatie die ze bezit.
‘Gisteren heb ik een toespraak gehouden op de opening van mijn expositie zonder dat mijn tong opdroogde! Voor de eerste keer van mijn leven!
Er springen sterren uit haar grote ogen en vervolgt ze:
‘ De woorden huppelden stralend de ruimte in en verwelkomde ik daarmee de mens samen met mijn schone werk dat ook al zo trots blinkend aan de muur hing te wezen en kregen mijn woorden en beelden een warm applaus cadeau!'
‘Mmmmm, wat mooi!, glunderde Hekel terug.
‘Dat heb je ook helemaal verdiend', rapt het wezentje er achter aan.
‘Ja , en toen liet ook mijn lieve oude moeder een traan lopen!'
‘Zo'n hele stille die alleen de goede verstaanders opmerkten.'
Mooie Vrouw hapt naar adem en vervolgt :
De mensen bleven daarna over mijn werk praten in een taal die ik vaak niet begrijp. Ondertussen wezen ze naar stukjes en zeiden hoorbare ‘achhhsss en ohhhhs'. Dat vond ik het heerlijkst. Die dierlijke geluiden.
‘Én dat terwijl de wereld er voor de naasten van Jan Wolkers en Armando er nu zo grauw uit ziet' , zucht Mooie Vrouw er tussen door.
‘Ja, het lot is altijd op verschillende plaatsen tegelijk,' sputtert Hekel serieus.
Mooie Vrouw mijmert:

‘De bomen zuchten ,
buigen , knappen grief.
Landschappen splijten
grommend huilend verdriet.
Ik herken , pak sporen

en wieg bloot

tot de dood me
bij de kladden grijpt.'

Hekel en Mooie Vrouw kijken elkaar eenstemmig aan , zetten zichzelf in een verstild moment, zonder dat het pijnlijk wordt.
Dan wurmt Hekel zich uit haar liefdes greep, rent naar de rondborstige- blozende- wangen- bar -juffrouw en bestelt knipogend een grote irish-koffie met extra slagroom.

Ondertussen loopt Mooie Vrouw parmantig naar de juke-box, gooit een dime in de gleuf en kiest een nummer van Billie Holliday die even later de kroeg warm gloeiend beweegt en vult........

40. HEKEL ,DE HOND EN DE BABY

HEKEL ,DE HOND EN DE BABY

‘De avond valt steeds vroeger naarmate we naar december kruipen', knarst de rondborstige bar juffrouw die glazen poetst alsof haar leven er van af hangt.
Het groepje dikbuikige mannen dat al de hele middag de kop van de bar bezet houdt, mummelen en knikken haar om de beurt toe.
Mooie Vrouw zit met Hekel op haar schoot.
Ze heeft een stoel voor het raam gezet en turen ze met z'n tweeën naar de donker geworden lucht en de langzaam opkomende avond bewegingen van de steeds rumoerig wordende stad. Soms vallen de oogjes van Hekel toe.
‘Hekel', fluistert Mooie Vrouw,
‘Ben je nog wakker?'
Het wezentje opent zijn oogjes, knippert een paar keer goed en antwoord binnendsmond:
‘Ja , Mooie Vrouw ik ben weer wakker en kijk naar de zwaluwen die boven het dak heen cirkelen'.
‘Kijk daar!' en wijst met zijn handje naar de plek.
Mooie Vrouw kijkt mee .
Haar ogen glunderen en vervolgt ze even later:
‘Vanochtend moest ik even huilen.'
‘Ik was uren alleen in huis lekker aan het rommelen met mijn muziek om me heen.'
‘Ohhh, heerlijk voor haar!' , denkt Hekel , maar zegt niks.
‘En toen kwamen de gedachten aan mijn hond en mijn zoon als baby, de binnenkant van mijn hoofd versieren.'
‘O, dat is prettig,' interrumpeert Hekel.
‘Mooie herinneringen.'
‘Ja, ik was zo blij toen ik aan ze dacht!'
‘Zo blij!'
‘Mmmmm...', zegt Hekel.
Het wezentje springt behendig op tafel en klopt op haar hand.
‘En daarna miste ik ze toch zo vreselijk!'
Ze slikt een paar keer en steekt een sigaret op.
‘Ho, wacht!' , roept Hekel.
‘Je zoon is toch een mooie gezonde jonge man geworden?'
En je hond zeer oud gestorven?'
Hij fronst zijn voorhoofdje.
‘Leg het me uit , Mooie Vrouw.'
Ze zucht wederom en vervolgt:
‘Die innige eenheid miste ik even ,'
‘Die schone immens innige eenheid die je met je kind en ook op bepaalde momenten met je hond kan
hebben, miste ik.'
‘Een baby is een baby en een dier is een dier.'
‘Dat is een oergevoel die je alleen met een, van jou afhankelijk kind of dier kan hebben.'
‘Én later, als dat voorbij is moet je de eenheid in jezelf gaan zoeken', rapt Hekel wijs.
Mooie Vrouw luistert niet.
Ze mompelt verder:
‘Aan dat gevoel kan niemand ooit aan tippen.'
‘Niemand?' spot Hekel .
Hij glimlacht breed , duikt sierlijk op haar schoot en nestelt zich knorrent tussen de warme plooien van haar zwarte strakke elastieke rok.
Mooie Vrouw lacht , tuurt naar de zwaluwen en houdt met twee handen Hekel koesterend in haar warmte vast.
De rondborstige barvrouw heeft blossen op haar wangen en is uitgepoetst.
De dikbuikige mannen geven elkaar nog een rondje.
De stad gaapt van haar eigen tevredenheid......

41. HEKEL EN DE GEMAKZUCHTIGE LENTE

HEKEL EN DE GEMAKZUCHTIGE LENTE

Vriendin van Mooie Vrouw komt half huppelend, haar hoofd diep in zwarte namaak bont kraag , de buurtkroeg binnen vallen.
Ze zeilt half zwevend naar Hekel die zich vlakbij de leestafel en de houtkachel op een bankje vol  losse schapenvachtjes heeft genesteld en roept hoorbaar:
‘Als het lente is begint mijn leven !'
Hekel kijkt verbaasd op, fronst zijn wenkbrauwtjes en zegt:
‘Dus de eerst komende vier maanden stopt je leven?'
Vriendin van Mooie Vrouw schudt haar hoofd, pelt haar jas uit, werpt die nonchalant over een stoel, trekt haar zwarte strakke rok glad, gaat naast Hekel op de bank zitten, schokt zich met haar ronde billen in het wollige wol  van de vachtjes en vervolgt:
‘Nee, Hekel, ik leef soms op een laag pitje verder, doe mijn dingen met passie en heb ik nu eindelijk het vooruitzicht helder in mijn bezit.'
‘Ahhhh, dus dat vooruitzicht had je eerst niet?'
‘Precies!', lacht Vriendin van Mooie Vrouw.
‘Gisteren heb ik de sleutel van mijn nieuwe leven cadeau gekregen!'
‘En ga die op de eerste lente dag in de deur van een ander leven steken!'
‘Je raaskalt lieverd', zucht Hekel,
‘Ik kan je even niet volgen.'
Het wezentje springt op de  wankele tafel en gaat pontificaal in luisterhouding voor Vriendin van Mooie Vrouw zitten.
‘Nou , in de lente ga ik een korte brief naar de echtgenoot van mijn lieffie schrijven, ' rapt Vriendin.
‘Ik schrijf haar dat ik van haar man hou en hij van mij.'
‘Dat is genoeg.'
‘Met die sleutel gaat de boel vanzelf rollen.'
‘Oeps, dat is niet niks', slikt Hekel
‘Kan hij dat zelf niet?'
‘Wat niet?'
‘Nou, dat blijde nieuws aan zijn ega vertellen?'
‘Blijkbaar niet', zucht Vriendin .
Ze graait een sigaret uit haar tas, blaast de rook in de ruimte en zegt half gapend:
‘Hij heeft last van gemakszucht. De gemakszucht wil het werk liever aan anderen over laten.'
‘Werk van wat?' , kraamt Hekel proestend uit.
‘Nou , de gemaks-zucht schuift dingen vooruit , doet aan uitstellen en verzint excuses, je weet wel, dat soort crap!, klakt Vriendin wat spottend door de  lege kroeg ruimte.
De rondborstige altijd blozende bar juffrouw kijkt op van het glazen poetsen en geeft een dikke knipoog aan de Vriendin van Mooie Vrouw weg.
‘Nou, dat is ook een makke!'
‘Ís dat niet een teken aan de wand om je terug te trekken?'
‘Wat heb je nu aan een man met gemakszucht?' , brult Hekel bezorgt
‘Ach, dat is maar een klein onderdeel van em!', spuugt Vriendin wat gebroken door de ruimte.

'De gemakszucht zit maar op een paar plekjes'

'Er blijft nog genoeg schoons over!'
‘Buiten dat, ik ben toch een zelfstandig dier en meester en vormgeefster van me zelf.'
‘De gemakszucht verdwijnt vanzelf naar de kelder van de nietsnutten.'
‘What ever, in de lente schrijf ik de brief!', zegt ze kordaat en wuift met haar hand in de lucht.
‘Ik laat me niet ringeloren!'
‘En al helemaal niet door de gemakzucht!'
‘Oef, wat ben je blijmoedig! , zucht Hekel.
‘Nietus! , kucht De Vriendin en trekt bijna een pruil- lip.
‘Ik heb gewoon een helder overzicht van de ‘oorzaak en gevolgen- wet.'
‘De gemak-zucht moet je simpelweg op tijd met vlag en wimpel bestrijden en kruipt de passie voor het leven vanzelf weer naar voren.'
Hekel schudt zijn bezorgde hoofdje, springt op haar schoot , klampt zich aan haar buik vast en valt weldra, door haar glimlachende gewieg en neuriende tonen die zich soepel en schoon uit haar mond laten vallen, in een diepe slaap.
Vriendin's ogen staan even somber.
Ze mompelt onverstaanbaar:
‘En , als mijn nieuwe leven een ramp wordt, dan is dat mijn tijdelijke lot .'
De rondborstige barvrouw scharrelt hoofd schuddend achter de bar en roept:
‘Als je maar weet dat je hier altijd welkom bent, Vriendin van Mooie Vrouw!'

'Wat er ook met je gebeurd!'
Ze knikt terug, geeft klakkende dik gevulde luchtkussens aan barvrouw weg en vlucht weldra  in gestaar naar de  taferelen  van de storm die zich boven de daken van de stad  donker heeft veroverd.

Haar uitzicht  is in alle weelde  omgetoverd in een oud duister schilderij.

Vriendin glundert........

42. HEKEL , PETER R. DE VRIES EN DE ONBESCHOFTHEID

HEKEL , PETER R. DE VRIES EN DE ONBESCHOFTHEID

Mooie Vrouw komt met een wat aangeslagen blik, de buurtkroeg van het centrum van de stad binnen.
Hekel, geheel in een monter humeur verkleed, rent op Mooie Vrouw af, klimt als een aapje in haar lange benen en klautert verder tot hij op haar ene schouder zit.
‘Ha, Lieveling', smakt Hekel en geeft een paar knuffels weg.
Mooie Vrouw knuffelt terug met hoorbare smakzoenen, kroelt in Hekels bolletje, tilt em van haar schouder, zet em op de tafel, gaat voor hem op een stoel zitten, trekt haar strakke zwarte rok recht en zucht zwoel:
‘Wat me nou weer over kwam, Hekel!'
‘De probleempjes vliegen als strontvliegjes op me af!'
Hekel gaat er goed voor zitten en zegt:
‘Vertel maar Mooie Vrouw. Wat voor vliegende probleempjes?'
‘Nou, je weet toch dat ik vroeger met een halve gangster omging?'
‘Ja, die mooi ogende jongen en chronische zuiplap?'
‘Ja, die!'
Mooie Vrouw hapt naar adem en vervolgt.
‘Nou , laatst zag ik een tv program over Joop de Vries, waar men de boel maar weer al te graag via de rooskleurigheid liet zien.'
‘Dat horen, zien en zwijgen sfeertje lag er weer dik boven op.'
Mooie Vrouw gritst een sigaret uit haar tas, blaast na een vlotte aansteking rook ferm de ruimte in en vervolgt:
‘Nou, en toen begon ik me te ergeren.'
‘Ergeren aan de mysterie die er alweer voor de zoveelste keer op verschillende toestanden wordt gelegd.'
‘Logisch', interrumpeerde Hekel snel.
‘Nou , enne....Daarna heb ik mijn stoute schoene aangetrokken en een mail naar Peter R. de Vries gestuurd.
‘O, ja, kan dat zomaar?'
‘Blijkbaar', kuchte Mooie Vrouw.
‘Nou, die PeterRdeV. was wel erg nieuwsgierig naar mijn verhaal.'
‘Hij vroeg me wanneer we zouden kunnen afspreken en wie die halve gangstervriend van mij wel niet was geweest.'
‘Stomgenoeg heb ik zijn naam genoemd en ook de artikelen die in de jaren zestig over hem waren geschreven.'
‘Daarna heb ik niks meer van hem gehoord!'
‘Écht onbeschoft!'
‘Dat is typisch iets van deze tijd!'
‘Men doet gewoon of je niet meer bestaat! En dat terwijl een mailtje al meer dan genoeg zou zijn geweest!'
‘En nu?'
‘Wat gebeurd er nu met jou verhaal?'
‘Niks. Helemaal niks.'
‘Wie niet beschaafd is wordt niet beloont.'
‘Dus je neemt het mysterie mee je graf in?'
‘Ja, waarom niet?'
‘Mij maakt het allemaal niks uit.'
‘Graag of niet!'
Mooie Vrouw drukt haar sigaret uit, pakt het wezentje op en zwiert galant door de ruimte naar de jukebox.
‘Ik hou me toch niet met goedkope leugenachtige holle vaten penose dingen bezig, zeg! Dat laat ik graag aan anderen over.'
Mooie Vrouw drukt op de knoppen en zwiert evenlater met Hekel in haar armen , met nog meer sju  in haar romige gestalte door de kroeg.

Rondborstige Barvrouw glundert
‘Domme mensen zijn gevaarlijk', fluistert ze in zijn oortjes.
Hekel knikt eenstemmig toe.......

VOORWOORD HEKEL

VOORWOORD HEKEL

Op een dag heeft de spanning zich te veel opgehoopt  in mij en kan ik   het niet meer alleen af.

HEKEL , een geslachtsloos miniatuur wezentje  van zo’n 25 cm, een imaginairie alter-ego, schiet me te hulp en is sindsdien niet meer bij me weggegaan.

HEKEL relativeert de boel en breekt de spanning.

De verhalen zijn metaforen.

Gebaseerd  op stukjes waarheid, op stukjes hoop en wanhoop,

op stukjes angst, op stukjes verlangen, op stukjes liefde en het missen daarvan.

Het verminderen van de solitude rol die we als mens innemen en  de  wil om te leven, staan hierbij centraal .

Hekelende_druppelsvan_de_schoftenscheure Ze is, qua vorm geinspireerd door de 'Dikke man' van Ischa Meijer en verder ontsproten uit mijn vertroebelde achterdochtige open gebroken lekkende ziel

die uiteindelijk altijd voor de schoonheid kiest.

21-10-2005

HET ONTSTAAN VAN HEKEL

Vandaag heb ik een hekel aan het leven.

Zelfs het een muffin of twee in mijn mond proppen helpen niet meer en zegt de smaak van een glas koffie met slagroom me nog minder.

De hekel blijft.

Hij zit vlak voor me op de stoel en weigert te vertrekken.

Het begon allemaal met de tekst op de voorpagina van een krant:

‘Sorry Pakistan, jullie ramp heeft het niet!’

‘Hoezo?’ ,dacht ik verstoord.

‘Moet een ramp dan iets hebben?’

‘Is een ramp an sich dan niet genoeg?’

Of missen wij, de verwende westerlingen, de toeristische amateurbeelden?

Trillende beelden.

Een oorverdovend gedonder.

Rook.

Gegil.

De schuivende aarde.

Gekraak.

Een hel.

En daartussen door de nuchtere toerist met camera. Of missen we Paul De Leeuw tussen de brokstukken met een stuk of acht jongetjes op schoot? Of Big Brother sterren die brood en water uitdelen en daarna in een goed geparfumeerde luxe studio een cd tje maken en die dan met schijn tranen en valse stemmen aan de man willen brengen. Is dat wat deze ramp niet heeft?

De Hekel draait zich nu nog gemakkelijker in de stoel en verzinkt krullend in een paar fel gekleurde zijden kussentjes weg.

Goh, wat heb ik een hekel aan het leven. Hekel aan mijn soms eigen gebral. Hekel aan de computer, mijn weblog, de krant, de tv.

Hekel aan het weer en mijn te warme trui.

Kriebel.

Hekel aan de keuringsarts die gisteren mijn overspannen vriendin goedkeurde, van ziekte ontsloeg. Hekel aan mijn land. Mijn landgenoten. Hekel aan de dood……

Ik werp mijn trui af.

Gooi die over Hekel en bel mijn vriendin dat ik kom.

Als ik haar dichtgeknepen stem aan de lijn heb, zie ik nog net Hekel door de achterdeur naar buiten dribbelen. Een gedagje kan er niet meer af.

HEKEL OP SCHOOT

Nadat mijn lange telefoongesprek met mijn nog meer overstuurse vriendin geëindigd was, komt heel brutaal Hekel weer door een kiertje binnensluipen.

Ditmaal gaat het wezentje niet op de tegenovergestelde stoel zitten, maar springt behendig op mijn schoot.

Als ik hem wat schielijk over zijn bolletje aai valt ie weldra in een diepe slaap. Althans, dat vat ik op door zijn minuscule doch hoorbare gesnurk.

Daar zit ik dan.

Samen met Hekel op mijn schoot.

Vreemdsoortig of niet, het voelt niet onprettig.

Ik leun achterover en peins de dag door. Deze is als zo vaak nogal chaotisch verlopen en drilt het nieuws nog wat kloppend na in mijn hoofd. De wereld lijkt steeds meer van me af te staan en besef ik gelukkig dat ik niet de enige ben. Dat is een troost. Er waren zat anderen en zit ik niet alleen in dat schuitje.

Plots schrikt Hekel wakker, glijdt van mijn schoot en komt stuiterend op de houten vloer terecht.

Nadat het wezentje een paar keer zijn hoofdje heen en weer schudt, springt hij op stuift, zo snel als een vluchtende muis, weg.

Zo door de deur de wijde wereld in.

Dan sluit ik de deur en bel vriendin.

‘Of ze nu wat wijn lust.’

Ik rits een fles uit het schap en vertrek.

Met rinkelende sleutels kom ik even later terug en graai nog een donkere oude wijn van zijn plaats. Wat er de volgende dag of daarna zal gebeuren interesseert me niet en is Hekel in geen velden of wegen meer te bekennen.

HEKEL KRIJGT EEN COMPACTERE VORM:

Als Hekel voor de derde keer naar binnen is gekropen, besluit ik hem vrij te laten bewegen. Zolang ik hem maar niet vast grijp hoef ik niet bang te zijn.

Hij springt weer op mijn schoot en blijft brutaal tussen, de bijna afgrond van mijn bij elkaar gehouden benen zitten

Zijn oogjes glimmen en weldra ontpopt zich een stem geluid.

Zoiets als van Kermit de kikker, maar dan lager.

‘Ben je nog niet uitgedronken?’ , vraagt Hekel schalks en knipoogt naar mijn Vriendin die de wijn blijkbaar minder goed verdragen kan.

‘Waar bemoei je je mee!’ , zeg ik bot, pak het vlegeltje aan zijn dikke warrige haardos en zet hem op de grond.

‘Ga lekker buiten spelen, joh’.

‘Nee, wacht even!’ , krijst het wezentje.

Ik hoor een staat van hopeloosheid in zijn stem en smelt wat.

Voordat ik er erg in heb zit hij ditmaal op mijn knie.

‘Ik moet je wat influisteren’ zegt Hekel ineens wat hees.

Ik buig me gehoorzaam naar voren en steek mijn oor richting Hekel.

‘Theo van Gogh is al weer een jaar dood’.

‘Nou, wat is daarmee dan?’ , nors ik toe.

‘Eeehhh, wil je dat dan niet herdenken?’, dribbelt Hekel en begint kriebelende sprongetjes te maken.

‘Ben je gek! , vervolg ik geïrriteerd.

‘Ik kende die hele man niet en heb pas boeiende dingen van hem gezien toen die allang dood was. Voor de rest vond ik hem maar een sensatie bak die als een drammend kind alles en iedereen vol schold.’ (net als zovele andere Amsterdammers)

‘Nou, nou!’ , schreeuwt Hekel nu venijnig.

, ‘Ga je nu niet wat overstag!!’

‘Hoezo?’, wil ik zeggen, maar bedenk op tijd dat ik nu met Hekel maar beter geen dialoog kan aangaan.

‘Aha’ spurt ik verder,

‘Jij was natuurlijk vaak bij die dikzak.’

‘Ja, ja,’ buldert Hekel nu opgewonden. Zijn bleke huidje loopt rood aan en voel ik zijn voetjes door mijn spijkerbroek heen stampen. Vriendin ligt in middels goed verzonken in de zachte goedgevulde brede bank. Haar gezicht is eindelijk ontspannen. Ik pak voorzichtig mijn glas wijn en waak ervoor om Hekel niet met mijn boezem te vermorzelen en neem een slok.

Er prikkelt een ronde oude rode smaak in de binnenkant van mijn mond. Ondertussen is het kleine mormeltje op de tafel gesprongen en zit nu, met over de rand bungelende beentjes, tegen over me.

‘Vond je dat dan geen revolutionaire film, die submission?’ , vraagt het wezentje

‘Nee Hekel ’ , zucht ik.

‘Ik was teleurgesteld over die film met zoveel voor ophef.’

‘ Een aangeklede oudere vrouw die met een krachtige stem bepaalde teksten uit de Koran had voorgelezen, had meer indruk op me gemaakt.’

Hekel vouwt zijn handjes voor zijn gezichtje en begint hard te snikken.

‘O….ik mis hem zo……’

Zijn lijfje schokt.

‘Ach, ach, vreemd monstertje van me’, denk ik stiekem.

Ik pak het nog steeds schokkende wezentje op, zet het op mijn handpalm, aai over zijn bolletje en blaas, zo zacht als ik kan, mijn warme adem op hem. Als het snikken gestopt is valt hij weldra in slaap en spreid ik hem veilig op mijn schoot.

Inmiddels heeft de donkerte zijn intrede gedaan.

Buiten hoor ik een tram kraken en zie ik nog net de glinstering van het water aan de overkant.

Even ben ik intens gelukkig.

HET BEGIN VAN HEKEL

Een maand, na het ontstaan van de eerst Hekel vorm, overlijdt mijn vader.

Dan begint Hekel over mij te waken en heeft het wezentje voorgoed zijn intrede in mijn imaginaire leven gedaan:

Hekel zit al twee dagen in mijn haar.

Ik weet niet hoe hij dat voor elkaar heeft gekregen.

Hij blijft gewoon zitten.

Vaak geeft hij sussende klopjes op mijn hoofd of neuriet iets zachts.

Net vroeg ik nog waarvoor het diende.

Gemeend antwoordde het wezentje toen met een iets donkere stem:

‘Je voelt zo zwaar.’

‘De hele impact van de dood van je vader heeft je verzwaard.’

Met prettige prikkende oogjes kijkt ie me aan en ontdek ik nu een piepklein streepje tussen zijn oogjes.

Ik kon hem geen ongelijk geven.

Alles was zwaar en was ik in een cocon van verdriet, liefde en kwetsbaarheid terechtgekomen.

Ik merk ook dat ik nu nog meer gebruik maak van mijn gevoel en de daarbij behorende oplossingen.

Vanaf het moment dat er een telefoontje binnenkwam over mijn stervende vader, kon ik de lijn van mijn leven loslaten en een lijn naar de zijne leggen.

Dat voelt nog steeds goed aan.

HET BEGIN VAN HEKEL

(Hekel zit nu steevast op mijn schouder en is opgenomen in de omgeving waar wij ons bevinden.)

Het is warm en vol in de rouw zaal.

Er staan verschillende groepjes mensen met elkaar in gesprek.

Er wordt gerookt, gesnoten en gelachen en gaat de fles port voor de tweede keer in de rondte.

Als ik richting de openslaande deuren loop komt tante Baba op me af.

Ik kan haar niet meer ontwijken.

‘Ha, die Isis!’ roept ze frivool.

Ze pakt me beet en omhelst me stevig.

Er komt vocht in mijn ogen en leidt haar zware parfum me even af.

En blijkbaar Hekel ook.

’Hatsjiee, hatsjieee’, proest Hekel.

Met een iel maar scherp gilletje springt Baba wat opzij.

‘Wat heb jij daar nou?’

Is dat echt?

En wijst met wat angst in haar ogen richting mijn schouder.

Nog voor ze Hekel heeft kunnen pakken, loop ik door en roep gemeend:

‘Nee tante Baba, dat is niet echt…..’

Verbouwereerd blijft ze met een leeg glas port achter.

‘Wie was dat nou?’ Vraagt Hekel.

"Ach, dat was tante Baba.

De altijd nieuwsgierige Baba.

Als ze begint te praten kom je niet meer van haar los.

Ze wil alles weten.’

Ik voel nu hoe moe ik ben……

Buiten is het warm voor de tijd van het jaar.

De grote brede ronde oude bomen zijn fel oranje en het riet aan de vijver oogt goud.

Ik steek de gebietste sigaret in mijn mond, steek m aan en blaas in een teug de rook weg.

Door het glas, aan de andere kant van de zaal, staat de kist van mijn vader.

De rode rozen staan in volle bloei en beslaan bijna de gehele kist.

Een groep kaarsen wakkert vlakbij….

Mijn hart kreunt.

43. HEKEL EN DE JUDASVRINDEN FlODDER&SMULLER

Vol energie komt Mooie Vrouw stampvoetend de buurtkroeg binnen stormen en roept kordaat:
‘Iedereen een rondje!'

Aan de bar ontstaat een overdreven gejoel.

Hekel ligt in een schapen vachtje op de bank, rekt zich uit en vraagt gapend:
‘Waarom zoveel vreugde?'
Mooie Vrouw pakt het wezentje beet, zoent zijn voorhoofd en zwoelt:
‘Nou, ik ben er eindelijk uit hoe het zit.'
‘Hoe wat zit?'
‘Hoe het volkskrantblog mij er heeft af gesodemieterd.'
‘Vertel!', roept het mannetje luid.
Rondborstige Bar vrouw en een groepje hangbuik mannen schuiven nieuwsgierig dichterbij.
‘Nou', sputtert Mooie Vrouw.
‘Eerst zette de redactie mij in een beeldvorming en daarna werd ik het voorbeeld.'
‘Zo van als er straf werd uitgedeeld kreeg ik als voorbeeld slaag en straf punten.'
‘Nou en toen ik de regels overschreed en er allerlei oorlogen op dat infantiele blog woeiden, mocht ik weer het pispaaltje zijn.'
‘Vlak daarvoor werd ik notabene nog getart door vrienden.'
‘Door wie?'
‘Door mijn vrienden Flodder&Smuller.'
‘Die bleven vreemde dingen op mijn blog achterlaten. Ze luisterden niet naar mijn vragen om te stoppen. Nou..... en toen heb ik uit venijn hun initialen genoemd.'
‘Goh, wat erg', spot de groep in koor.
‘Ja, erg he.'

'Wat een dood zonde!'

'Hoe durfde je!'
‘Maar eh....daar kun je toch niet voor van een weblog afgegooid worden?', sputtert Hekel.
‘Je hebt ze er toch, na een klacht van je ‘vrienden' bij de redactie, weer allemaal verwijderd?'
‘Ja, dat heb ik ook', spuugt Mooie Vrouw.
‘Maar de redactie moest in het heetst van het vuur toch een voorbeeld hebben?'
‘De benauwdelingen aldaar hebben gewoon gekeken naar diegene die het minst belangrijk voor ze was,  niet in hun instituut paste en me daarna zonder pardon afgesodemieterd.'
Er galmt een bron van verontwaardiging door de kroeg.
‘Dus die vrienden van jou hebben er ook in direct aan deelgenomen?'
‘Ja, Flodder&Smuller zijn indirect schuldig aan mijn verwijdering.'
‘Samen met al die andere pestkoppen waar ik al chronisch twee jaar last van had.'
‘Ja, van vrienden moet je het hebben!', zucht Mooie Vrouw.
‘Enkele kunnen zich zo in judassen omtoveren.'
‘Gefrustreerde judassen met veel innerlijke conflikten.'
Barvrouw zucht diep en schuifelt samen met de groep hangbuikmannen eensgezind hoofdschuddend en ernstig grommend weer naar de bar.
Mooie Vrouw glundert.
Ze slaat met haar vuist op de tafel, gooit daarna beide handen hoog in de lucht en braakt:
‘Vanculo!'
‘Hé, hé, dat is er eindelijk uit!'

44. HEKEL, MOOIE VROUW EN HET HUMEUR

Het is al dagen koud, grijs en miezerig in het kikkerlandje aan de zee en lijkt het alsof het licht steeds vaker met grote brokken door de donkerte wordt opgehapt.
De schaduwen van de stad en de tochtige kieren van de aan elkaar gebreidde  grachtjes en enge,  meestal naar urine ruikende steegjes maken het er niet vrolijker op.
Mooie Vrouw, Hekel en een paar brommende dikbuikige mannen aan de bar schuilen samen met de rondborstige barvrouw   in de kroeg.
Er zit een chronische moppen tapper bij de dikbuikige mannen ploeg aangeschoven,waardoor er telkens een schaterende bolle buldering losbarst bij de schuddebuikende mannen.

Mooie Vrouw zit op een stoel bij de loeiende in het midden staande houtkachel naar het knetterende vuur te gluren.
Hekel ligt opgekruld als een spinnende poes op haar schoot.
Af en toe bukt Mooie Vrouw naar de kachel en port zorgvuldig met een ijzeren staaf in het vuur.
Ze klapt het ijzeren hokje dicht en zucht diep.
Hekel rekt zich uit, kijkt door de spleetjes van zijn oogjes en fluistert:
‘Is er wat , Mooie Vrouw?'
‘Ja', zucht Mooie Vrouw nogmaals.
‘Ik ben uit mijn humeur en lijkt alle vreugde uit me te zijn gevlogen.'
Hekel kijkt haar aan, gaat zitten, wrijft in zijn oogjes en springt evenlater behendig op het wiebelige tafeltje .
Als het wezentje goed en wel voor haar zit vraagt ie:
‘Waar ben je van uit je humeur?'
Mooie Vrouw slikt, slaakt weer een zucht en zegt:
‘ Dat weet ik niet echt.'
‘Het lijkt er op alsof ik alle geloof ben verloren.'
Hekel fronst zijn hoofdje.
‘Mmm....verklaar je nader, dat begrijp ik niet.'
‘Geloof van wat?'
Mooie Vrouw port nukkig in de kachel, pakt een stuk hout uit de mand en gooit het in een worp door het gat van het kacheldeurtje.
‘Gewoon van alles.'
‘Ik geloof niet in het nu, niet in morgen en ook niet in de toekomst', slikt Mooie Vrouw.
‘De schijnheiligheid en de onverschilligheid om me heen wantrouw ik.'
Hekel pakt haar hand en klopt er stevig op.
‘Nou dat klinkt erg somber!', roept hij hoorbaar.
Het groepje schuddebuikende mannen, de moppentapper en de rode konen barvrouw werpen met z'n allen hun blik tegelijk naar Mooie Vrouw en Hekel.
Dan mompelen ze wat eensgezind.

Met een Amsterdams accent schreeuwt Barvrouw:
‘Komen jullie  eenzamen es effe hier zitten!'
‘Ik trakteer!'
De dikbuikige mannen beginnen nu ook vrolijk te joelen en met hun armen te wenken.
Hier kunnen Mooie Vrouw en Hekel niet tegen op.
Ze slaat het luikje van de kachel met de pook dicht, neemt het wezentje op haar schouder en zeilt lichtelijk verlegen naar de bar waar ze naar iedereen luisterend haar drankje drinkt.

Evenlater staat ze als een wulpse slang op, geeft Bar vrouw een knipoog en verdwijnt geruisloos door het zwarte gat van de deur.

De donkerte van de stad  grijnst Mooie Vrouw aan.

Hekel begrijpt er niets van.

De kroeg zucht.

De stad stinkt.


 

45. HEKEL, MOOIE VROUW EN DE ZAK VAN SINTERKLAAS

HEKEL, MOOIE VROUW EN DE ZAK VAN SINTERKLAAS

De stad is verdwaald in de donkere dagen van december.
In de buurtkroeg van de stad hangen lichtjes te knipperen en staan er op de bar , de grote leestafel en enkele tafeltjes schalen met peper noten snoepgoed aanlokkelijk zoet te wezen .
Mooie Vrouw zit , geheel in het zwart met een wolk exotische parfum om haar heen bij de houtkachel.
Ze rookt een sigaret en gooit af en toe een blok hout op het loeiende knetterende lonkende vuur.
Hekel zit op Mooie Vrouw haar schouder .
‘Hekel', fluistert ze.
‘Als Sinterklaas straks komt mag die wel een paar grote jute zakken mee nemen!'
Hekel grinnikt.
Hij houdt zich met een handje vast aan een strengel van haar dikke haar, staat op en maakt een paar sprongetjes in de lucht.
‘Sinterklaas! Sinterklaas!', roept hij als een vierjarige hoorbaar door de kroeg.

Dan laat het wezentje zich naar beneden glijden en staat weldra voor Mooie Vrouw op een wankel tafeltje.
Hij maakt nog een paar sprongetjes en vraagt daarna in serieuze toon:
‘Voor wie moet Sinterklaas deze zakken mee nemen, lieve schat?'
Mooie Vrouw wrijft over haar boven been, kijkt Hekel met vuur in haar ogen aan en zegt:
‘De eerste die mee gaat in de zak is Rengel.'
‘Rengel?'

'Wie is nu Rengel?'
‘Ja, Rengel is Rengel.'
‘Er staan nog steeds afkrakende leugens, beledigingen, nepfoto's van mij en mijn echte naam op dat sjokblog .'
‘Ja, dat is een goede reden om em in een zak te douwen!', proest Hekel.
‘'Daarna mag die heilige -kado-uit-deler-met-nep-baard Jezz in zijn zak proppen!'
‘Waarom nu Jezz, die zacht aardige vrouw die zo naar de verkeerde liefdes snakt?', fronst Hekel en kijkt Mooie Vrouw vragend aan.
‘Nou, die tut blijft nog steeds roddels over mij op het Volkskrantblog op stoken!'
‘Dat ik een aanstichtster was enzo!''
‘Ik weet echt niet waar ze het over heeft!'
‘Aanstichtster van wat?'
Mooie Vrouw zucht en schraapt wat met een gebroken stem verder:
‘Nimmer heeft Jezz ergens laten door schemeren dat ik meteen mijn excuus  aangeboden heb nadat ik, geschokkeerd als ik was, met spot aldaar zei dat ze nu wel een erg web-log-hoerig-gedrag vertoonde , nu ze bij LWH ging werken.'
‘Nooit laten die laffe bloggers dat naar voren komen!'
‘Nooit zullen ze toe geven dat ik , na mijn excuus aldaar, door verschillende mensen met woorden in mootjes werd gehakt en bleven ze me  groepsgewijs met schunnige bijdragen schijnheilig volgen!'
‘In mijn wereld is een excuus een pas op de plaats.'
‘Én dan zou ik geen wederwoord mogen geven in satirische kunstvormen?'
‘Wat een kapsones!'
‘Wie denken die laffe virtuele bloggers wel niet wie ze zijn!'
‘Dat geldt net zo als die zogenaamde trutten- rel-nicht intri-gante-tante- Dunia!'
‘Ze blijft maar stoken!'

'Ze is zelf zo onpersoonlijk vaag en verwacht ze wel het onderste uit de kan , wat ons priveleven betreft!'

'Nu ligt ze zogenaamd laveloos in haar reactieruimte en kokketteert ze met vertrouwen schaden bij mijn minnaar!'
‘Gewoon in de zak van Sinterklaas, met die relnichten- plaat- voor -den -kopfen- en - geen eigen-inzicht-in haar-roddel-spel-karakter-moord-mentaliteit!'
‘Weg er mee!'
‘En stop de gemakzucht en de schijnheiligheid er ook maar bij!'
Mooie Vrouw slaat woest met haar armen door de lucht.
‘Én, nu ik toch bezig ben! Denk maar niet dat ik ooit nog naar dat vkblog zou terug willen! Ik ben daar veels te gevoelig en te authentiek voor! Voor die harde onbeschaafde namaak wereld van al die pc verslaafden!'
Er loopt een dikke traan over haar wang die gevolgd wordt door een diepe zucht met twee snikken er in verpakt.
‘Ondanks dat, mis ik het nog steeds.'
‘Het slechte heeft gewonnen.'
Hekel pakt haar hand vast en geeft er geruststellende klopjes op.
‘Jammer dat Sinterklaas niet bestaat!'
‘Ja, jammer', slikt Mooie Vrouw.
Ze staat op en mompelt nog net hoorbaar:
‘Zakken wel, zakken wel, er bestaan genoeg zakken.'
Haar hand graait in de schaal met pepernoten die ze in een keer in haar mond propt.
Rondborstige barvrouw knipoogt naar de aangeslagen Mooie Vrouw en wenkt haar vervolgens.
Evenlater zit Mooie Vrouw aan de bar en wacht er een grote mok chocolade melk met een enorme dot slagroom op verorbering.

Barvrouw staat voor over geleund bij haar. Haar borsten liggen als grote ballonnen op de bar.

Ze luistert naar de kabbelende woorden  en telkens onderbroken zinnen van Mooie Vrouw.......

46. HEKEL EN HET FLUISTERENDE DRIE DUBBELE GELUK

HEKEL EN HET FLUISTERENDE DRIE DUBBELE GELUK.

Rond 11 uur komt Mooie Vrouw met licht dribbelende pasjes de nog slaperige Buurtkroeg binnen.

Ze ploft op een stoel bij het vuur en kijkt glunderend naar Hekel die op een stapel haardhout vlakbij de kachel zit.

Als hij Mooie Vrouw ziet springt het miniatuur wezentje op  de grond, rent naar haar toe en klautert behendig als een aapje via haar lange benen naar boven.

Als hij licht hijgend op haar schouders staat, zich vast houd aan de dikke lokken van haar rode haar en een flinke hoorbare zoen op een  gloeiende wang weg geeft, vliegen er fonkelende sterretjes uit de ogen van Mooie Vrouw.

Ze knippert en blinkt en lijkt de brede glimlach voorgoed op haar rode lippen vast te zitten.

Het wezentje aait over haar wang, geeft nog een hoorbare klapzoen weg en klautert behendig naar beneden.

Zodra hij op het wiebelige tafeltje voor Mooie Vrouw zit vraagt hij nieuwsgierig:

‘Je straalt zo! Waar komt al dat geluk vandaan, Mooie Vrouw?’

Ze knippert met haar dikke volle wimpers, tuit haar mond een paar keer en fluistert zwoel:

‘Hij respecteert me zoals ik ben.’

‘Wie doet dat?’ Fluistert Hekel nieuwsgierig terug.

‘De man van mijn leven natuurlijk.’ 

‘Hij duwt het mooiste in mij los.’

‘En hij houdt me weg van de afgrond.’

‘Mmmmm…., dat klinkt mooi,’ zucht het wezentje.

‘Hoe houdt hij je weg bij de afgrond?’

‘Hij geeft eerlijke en intelligente respons.’

Ze zucht en staart even naar buiten.

‘Daarna volg jij Hekel, je bent mijn dubbele geluk!’

‘Dank je lieverd,’ fluistert het wezentje.

Hekel slikt, bloost intens en vraagt moedig door.

‘En het derde?’

‘Het derde geluk is dat we in boekvorm verschijnen!’

Hekel legt zijn handjes voor zijn mond.

Zijn ogen staan groot van verbazing.

Dan springt hij joelend omhoog en roept luidkeels:

‘We worden in een boekje verpakt!’

De rondborstige barvrouw kijkt op van het glazen poetsen, spits haar oortjes even en krijst in Amsterdams accent :

‘Hoera schatten, we komen in boekvorm!’

Ze gooit haar theedoek in de lucht en krijst:

‘Jippieeee!!!!’

Het groepje dikbuikige mannen die net de hoek van de bar, met vers dampende koffie bezet houden, brommen lieflijk tegen elkaar en slaan triomfantelijk op elkaars schouders.

Een enkeling slaat op zijn borst.

Mooie Vrouw pakt Hekel voorzichtig op, drukt hem tegen haar boezem en walst neurieënd door de buurtkroeg.

‘Iedereen een rondje,’ roept één van de dikbuikige mannen.

Barvrouw dribbelt met rode koontjes heen en weer.

Om ste beurt geven  de mannen rondjes weg.

Dan wordt de muziek harder gezet, dwarrelt er confettie in de lucht, worden champagne flessen uit de ijskast getrokken en begint het feest tot laat in de nacht.

Ze vieren het dubbele geluk.

De stad lacht toe.

Ze glimlacht mee en vergeet de kou.

47. HEKEL EN DE JALOERSE RELMUIZEN

HEKEL EN DE JALOERSE RELMUIZEN Met een dikke verwarde haardos, zwart doorlopen ogen, een gat in haar nylons en een gebroken hak komt Mooie Vrouw de buurtkroeg van het centrum binnen strompelen. In haar hand omklemt ze een flesje turbolijm en de gebroken hak. Rondborstige barvrouw en een van de dikbuikige mannen ruimen in slow motion restanten glazen op en vegen restjes confettie in een blik met een lange steel zodat niemand meer hoeft te bukken. De kroeg suddert na van het feest gedruis van gister avond. Hekel zit op de krant van de leestafel en loert naar de foto's die opgeslagen de ruimte in staren. Het wezentje zwaait naar Mooie Vrouw. Ze ploft neer op een stoel. Als Hekel haar kreukels heeft geobserveerd vraagt ie nieuwsgierig: ‘Wat is jou nou overkomen?' Mooie Vrouw trekt een wenkbrauw omhoog, zet de kapotte schoen op de krant en duwt de hak op de juiste plaats. Ze schudt haar verwarde hoofd en schraapt vanuit de verre achterkant van haar keel: ‘Ach, ik had weer last van relmuizen!' ‘Een heel zielig troepje kwam op me af!' ‘Nou, nou, begint het zoveelste geseik weer?' zucht Hekel en schudt meewarig met zijn hoofdje. ‘Tja, zo'n twee weken geleden begon het weer in heftige vormen op te borrelen!' ‘De relmuizen vermenigvuldigden zich en hoorde ik overal hun knaag geluidjes!' ‘Waar ik ook was!' ‘Ze achtervolgden me!' Mooie Vrouw zucht diep , pinkt een traan weg en spuugt: ‘Toen was het welletjes en strooide ik wat tegen gif.' ‘Relmuizen dragen immers de liegbeestenziekte met zich mee en daar wil ik nimmer mee besmet worden.' ‘Nou en toen ik me tegen die liegbeesten ziekte wapende kwamen de relmuizen in een nog grotere liegbeesten opstand terecht.Ze vielen brakend over hun eigen valse woorden!' ‘Dat is je wel aan te zien zeg!' spot Hekel. Mooie Vrouw opent het flesje en druppelt de vloeistof tussen de hak en de schoen, plakt de twee delen op elkaar en roept hoorbaar: ‘Zo ,die zit!' Ze glimlacht flauw. Haar ogen staan droef. De kwetsing van de relmuizen heeft zich pijnlijk zichtbaar in haar gezichtsuitdrukking genesteld. Mooie Vrouw fluistert: ‘Dat relmuizen zo jaloers kunnen zijn wist ik niet.' ‘Die zijn van het ziekste soort.' Ze buigt zich naar Hekel en blaast door de krulletjes van zijn haar. Het wezentje kirt zacht en schatert: ‘Nou dan weet je het nu en hou daar voor de rest van je leven maar rekening mee. De jaloezie zal jou altijd blijven achtervolgen!' Mooie Vrouw staat langzaam op en zijlt als een trotse panter op haar nylons naar de bar. Ze mompelt nog net hoorbaar: ‘Nou , dan zal ik me toch een goed passend harnas en schild moeten aanmeten.' Het wezentje kijkt haar hoofdschuddend na en denkt: ‘Had ik maar zo'n harnas voor haar.'

48. HEKEL EN DE LIEFDES ZUCHTEN

HEKEL EN DE LIEFDES ZUCHTEN

Mooie Vrouw zit  in de bijna lege kroeg aan de leestafel ritselend een  krant te lezen.
Af en toe slaat ze de terug- krakende- krant om en leest de koppen vluchtig door.

Zo nu en dan  staart ze met de meest droevige blik naar buiten en ontsnappen er tientallen zuchten uit haar keel.
Hekel heeft zich achter een bloempot op tafel verstopt en observeert Mooie Vrouw bedenkelijk.
Na een tijdje houdt hij het niet meer , springt naar voren en vraagt:
‘Waarom zucht je zoveel Mooie Vrouw?'
‘'Wat ben je ongelukkig.'
Mooie Vrouw schraapt achter in haar keel, slikt twee keer en zegt schor:
‘Bijna was ik mijn liefje kwijt!'
‘Ach, nee,' zegt Hekel .
‘Dat kan toch niet!'
‘Jullie zijn net begonnen!'
‘Nou', slikt ze verder, ‘Ik heb al maanden een bijna onzichtbare intrigant met piranha kenmerken aan mn broek hangen!'
Haar stem wordt zwaarder en moet ze de woorden van ver achter haar schorre keel halen.
‘Die intrigant ging zo ver, dat ik kwaad werd op mn lieffie.'
Hekel pakt haar bibberende hand en klopt en aait erop.
‘Waarom werd je dan kwaad?'
‘Omdat hij mijn vijand niet herkende en mijn pijn  niet geloofde!'
Mooie Vrouw graait in haar tas, schudt een sigaret uit een doosje, steekt deze schuin in haar rode lippen mond, trekt het vuur met een zippo aansteker door het kankerstokje, blaast de rook hoorbaar de ruimte in en vervolgt:
‘Ik was zo kwaad! Ik zag het gevaar, voelde mijn pijn  en hij niet!'
‘Mijn liefje is te aardig en zo ver weg.'
‘Ik heb hem toen in monologische door -het- lint gaande -epistel-met- hysterische- onmachts-opwelling geconfronteerd met mijn standpunt.'
‘Ehhhh.....en dat was?' stamelt Hekel verder.
‘Ik kan het niet meer verdragen als die piranha in de zoenvissenvijver zou zwemmen.'
‘Nou.....  en toen eiste ik dat hij de sluisdeur zou dichthouden voor de piranha-intrigant.'

Ze slikt een paar keer en vervolgt:

'En zo niet, dan kon hij inpakken!'
‘Schreeuwde je dat?' interrumpeert Hekel.
‘Ja, vreselijk. Ik schaam me daar nu voor,voor die laatste zin,' sputtert Mooie Vrouw.
‘Vannacht heb ik al mijn tranen uitgestort en werd ik trillend met een bonzend hart wakker.'
‘Zo makkelijk kan ik em natuurlijk nimmer loslaten.'
‘Ik hou van die vent.'
‘En?'
‘Houdt ie ook van jou?'
Mooie Vrouw zucht diep.
Ze drukt de sigaret uit in de asbak.
‘Ik denk van wel.'
Hekel laat haar hand los, springt een paar keer  joelend omhoog en roept:
‘Nou, dan hoef je je toch geen zorgen te maken.'
‘Echte liefde kan namelijk tegen een stootje!'
‘En als het de Liefde niet lukt om stoten of obstakels te overleven, dan was het ook niet veel soeps.'
Het wezentje springt op haar schoot , pakt haar zuchtende buik vast en fluistert:
‘Maak je niet zo druk Mooie Vrouw....en trek dat verdrietigste gezicht eens van je af.'
‘Liefde overwint alles.'
‘Geloof me.'

Ze glimlacht.

Van binnen kreunt haar hart.
En de stad plus de korte dag kreunen en duwen mee.

49. HEKEL EN DE VERSLAAFDE LIEFDE

Hekel ligt op een rood zijden kussentje naast de houtkachel zich zelf in een krul in slaap te sussen.
Een trosje dikbuikige mannen houdt , samen met hun constante geroezemoes, de kop van de bar bezet .
Rondborstige barvrouw met haar rode konen leest verderop een krant.
Af en toe staat ze op om de mummelende mannen bij te schenken.
Mooie Vrouw zit vlakbij de kachel.
Ze heeft een zwart fluwelen sjaal met franjers om haar heen gewikkeld.
Af en toe aait ze het slapende wezentje over zijn bolletje.

Er wringt zich een traan uit haar grote ogen.
Er volgen er meer.
Enkele vallen licht spetterend op Hekel.

Hekel kijkt met plakkende spleet oogjes vanuit zijn liggende positie omhoog en fluistert:
‘Waarom huil je , Mooie Vrouw?'

Ze kijkt omlaag en roept:
‘Ik word gek van mijn pc verslaving!'
‘Gek word ik ervan!'
‘Nou, nou,' proest Hekel, ‘Er zit toch een knop op dat apparaat!'
‘Ja, dat weet ik, maar dan mis ik mijn liefje.'
‘Aha,' zucht Hekel, ‘Je bent niet zo zeer pc verslaafd, maar verslaafd aan je liefje!'
‘Ja, daar ben ik ook net achter gekomen. We zitten op elkaars virtuele lippen en het begint schadelijke vormen aan te nemen,' sputtert Mooie Vrouw.
‘Poeh, poeh!', lacht Hekel.
‘ Dat is niet zo best!'
‘Dimmen die handel!', roept het wezentje kordaat.
‘Én dan krijg je hopelijk ook weer die vrolijke lach terug.'
‘Je ziet te pips.'
‘Huil je daarom? Om de schadelijke vorm?'
‘Ja, ik kon door de bomen weer eens het bos niet meer zien en werd als een verlatings-angstige- verslaafde achterdochtig.'
‘Ja, dat symptoom hoort erbij, ' zucht het wezentje.
‘En toen?'
‘Toen dacht ik in mijn wanhoop dat het voorbij was.'
‘Wat voorbij was?'
‘Ónze liefde natuurlijk!'
Er rollen nog meer tranen over haar wangen.
‘Ik hoorde twee dagen niets meer van em!'
‘Ja, dit hoort ook bij de verslaving,' zucht Hekel nog dieper.
‘Je raakt de tijd en de grip kwijt.'
Mooie Vrouw droogt haar tranen met de achterkant van haar mouw, steekt een sigaret schuin in haar mond op en fluistert:
‘Ik ga het nu anders doen.'
‘O, ja? , fluistert Hekel terug.
Hoe dan?'
‘Ik ga meer vertrouwen.'
‘Vertrouwen dat het allemaal goed komt.'
‘Erop vertrouwen dat ik mijn liefje nimmer meer verlies.'

Mooie Vrouw staart naar buiten.
Haar ogen kijken warm doch treurig.
Het wezentje klimt uit zijn lighouding, rekt zich uit en klautert even later via haar lange benen een weg omhoog en vraagt vanaf Mooie Vrouws schoot:
‘Waarom kijk je dan nog zo bedroefd, Lieve Mooie Vrouw?'

Ze pakt het wezentje met twee handen op en blaast warme adem door zijn haartjes.
Ze zucht diep en antwoord zwoel:
‘De gehele situatie maakt het leven gewoon moeilijker.'

Hekel heeft daarop geen antwoord en kan alleen maar met ja- knikjes de onderkenning bevestigen.
De zwarte donkerte van de stad knippert hen weemoedig tegemoet.
Het wezentje pakt haar hand en geeft zachte lucht- kusjes weg.
Het groepje mannen aan de bar proost luidruchtig.
Rondborstige barvrouw proost mee.

50. HEKEL , MOOIE VROUW EN DE MOORDENAARS IN HAAR FAMILIE

Het is druk in de buurtkroeg van het centrum.
Rondborstige Barvrouw heeft assistentie van een goed-uitziende jongeman met achter-over-gekamde- jel- haren die nu, achter de bar, de glazen poetst alsof zijn leven ervan af hangt.
Mooie Vrouw zit in een verscholen hoekje in een schriftje te schrijven.
Voor haar dampt een dik glas koffie verkeerd.
Hekel zit op haar schoot.
De goed-uitziende jongeman stoot Rondborstige barvrouw aan en fluistert:
‘Ís zij niet verre familie van die Baarnse jonge moordenaars waar nu een film over gemaakt wordt?'
Hij wijst opgemerkt richting Mooie Vrouw.
‘Ja, dat klopt,'zegt Barvrouw.
Ze tikt zijn hand naar beneden en vervolgt:
‘Ze komen uit dezelfde clan die rond 1600 naar Nederland verhuisden.

De mond van de jongeman valt open .
‘Vind je dat niet eng?' fluistert de nu toch wel iets dommer uitziende glazenpoetser.
Barvrouw's ogen spugen vuur.
Ze roept kwaad: ‘Zeg, zo zit het leven niet in elkaar, jongeman.'
‘Het was een eenmalige heftige tragedie met een levenslange nasleep voor alle betrokken partijen.'
‘Dat nu de media er als aasgieren over heen duikt, zegt iets over hen.'
‘Dat film script zit trouwens vol hiaten!'
‘Nergens wordt aangegeven dat de moeder van de moordenaars te jong is gestorven en één van de daders later advocaat in een ander wereld deel is geworden. Dat zijn toch wel  essentieële gegevens.'
‘De meeste moordenaars  of andersoortige gedrochten worden gekweekt en  beslist niet zo geboren!'
De glazenpoetsende assistent lijkt iets te zijn gekrompen en heeft hij zijn mond bleek op slot gezet.
Hij poetst verder.
Rondborstige Bar vrouw sist nog even na:
‘Én je laat haar met rust hierover!'
Mooie Vrouw heeft al genoeg sores aan haar eigen kop!'
De Barvrouw kijkt naar de teruggetrokken Mooie Vrouw.
Ze schudt haar hoofd.
Haar ogen worden vochtig.
In de kroeg buldert het van geluid.

Mooie Vrouw hoort het geluid van de kroeg niet.

In haar hoofd ziet ze de familie reunie  voor bij glijden, waar een van de moordenaars als een dominante brallerige bekakte  klootzak zijn  dronken stem door de afgehuurde ruimte liet braken.

Er stonden wat snobs mee te kakelen.

De rest van de honderden aanwezige 'familieleden' waren aardig en beschaafd en kreeg ze warme blikken toegeworpen.

Dat was maar goed ook, dacht Mooie Vrouw.

Je zou  anders zo kunnen bedenken dat je in de 'verkeerde' familie  was geboren.

51.HEKEL, VRIENDIN EN DE PRIETPRAATGRAGE MAN

Hekel en de Priet-praat-grage-man.

Mooie Vrouw is met Hekel op haar schouders in alle vroegte naar het bos  gegaan.
Bij binnenkomst fluisteren de kwetterende en tjilpende vogels  hun tere schoonheid  tegemoet.

Mooie Vrouw praat zachtjes terug :
‘Dat ze vooral door moeten gaan met fluisteren en tjilpen .’
Hekel zegt niks.

In de stad verloopt het anders :
In de buurtkroeg van het centrum is het stil .
Rondborstige Barvrouw is bezig met het vervangen van een fust in de kelder .
Ze stommelt heen en weer en geeft geen aandacht weg.
Op de kop van de bar zitten twee zwijgende dikbuikige mannen in het licht van een opengevouwen laptop te staren.
Rondborstige Barvrouw roept :
‘ Ik kom zo !’
De laptop-mannen kijken niet op of om.

De Vriendin van Mooie Vrouw zit bij het raam aan een met slagroom opgedofte dampende verse ochtend koffie.
Er zit een zeurderige priet-praat-grage- man bij haar aan tafel.
Het schijnt dat ze elkaar al lang kennen.
De priet-praat-grage- man kijkt Vriendin met kwekkende dunne lipjes en uitgebluste ogen aan.
Vanuit haar gestaar naar buiten, knikt ze hem soms uit aangeleerde beleefdheid toe of bevestigt kort zijn wankele woorden.

Vanmorgen in alle vroegte, gebeurde hetzelfde.
Toen reden zij in een rustige denderende trein door het groene vochtig aangeslagen polder landschap.
Het gekraak van het hak-op-de-tak-sper-vuur-gesprek irriteerde haar mateloos.
Het liefst klom ze uit het raam en vervolgde haar reis op het dak van de trein .
Het landschap zei toen dat ze zich rustig moest houden.
‘Straks gaat je hart er aan dood’, fluisterde het landschap haar stiekem toe.
Ze mag de priet-praat-grage- man niet tussen een kudde schapen proppen.
Dat mag niet van het landschap.
In haar gedachten staat hij er echter wel.
In volle ornaat.
Op zijn knieën notabene.
Hij blaat mee :
‘ Blèèèèèhhhh, blèèèèèèhhhh !’ blaat de man er lustig op los.
De schapen kijken hem lodderig lief aan en schokken zich naderbij.

De trein rijdt verder.
Vriendin zucht lang en diep en verlangt naar een lichtvoetig leven.

Als de nacht een paar uur later Vriendin zwart toeknippert , de slaap haar ogen loom knijpt, lijken de lichtjes van de stad , door hun onschuldige geknipper, seintjes door te geven.
‘Val toch dood !’ denkt ze vaak.

Vanmorgen zat ze weer aan de rand van de wanhoop toen de zinnen van de priet-praat-grage- man wel weer erg veelvuldig uit zijn mond kieperden en in de herhaling zijn angstige woorden door liet ratelen waardoor Vriendin haar eigen gedachtenwereld bijna verloor.
‘En nu hou je je waffel !’ schreeuwt ze uit haar opgedroogde strot.
Haar oren hadden zich al vanzelf dicht gepropt van alle geluid.
Zijn stem stokt.
Hij gaat voor haar staan met zijn handen in zijn zij en roept :
‘Ik ben toch niet bang van jou!’


Vriendin zucht diep en lang en verlangt naar een gesprek met Mooie Vrouw en Hekel.
Morgen gaat ze bellen .
Ondertussen pakt ze een toverstafje en zapt de priet-praat-grage-man weg .

52.HEKEL, HET MISSEN VAN EEN GOD EN MOOIE VROUW

Hekel, het missen van een God en Mooie Vrouw .

Mooie Vrouw zit met dichte ogen in een dikke jas buiten op het lege terras van de buurtkroeg een flauw winter zonnetje op haar bleke gezicht te vangen.
Hekel doet , half liggend, hetzelfde op haar schoot.
Er staat een grote kop dampende chocolademelk met een dobberende dot slagroom op het groen aangeslagen wiebelige tafeltje.
Met nog steeds dichte ogen mompelt Mooie Vrouw net hoorbaar:
‘Hekel, hoor eens. Soms ben ik best schielijk jaloers op de gelovigen.'
‘Hoe dat zo?', fluistert het wezentje in dezelfde rustige cadans en toon.
Mooie Vrouw knijpt met een hand haar namaak bontkraag iets strakker om haar keel en zucht:
‘Soms heb ik zo'n last van enorme heimwee en gemis. Het voelt dan aan als lijden.'

Oef! peinst Hekel. Dat klinkt heftig.
‘Dan kan ik me op geen enkele God beroepen om me te troosten,' vervolgt Mooie Vrouw.
Het wezentje kijkt met een frons boven zijn oogjes naar boven en ziet het ernstige gezicht van Mooie Vrouw.
‘Je meent het, he?'
‘Nou en hoe!' brult Mooie Vrouw.
‘De gelovigen kunnen altijd tegen God praten of jammeren en dan heeft de God de ander onvoorwaardelijk onmetelijk lief .'
Hekel knikt en zucht:
‘Ja, die boffen inderdaad.'
Mooie Vrouw vervolgt met een schrapende diepe melancholische stem:
‘Op momenten van lijden heb ik alleen maar mezelf.'
Het wezentje gaat rechtop zitten en zegt sussend:
‘Dat is toch niet verkeerd?'
Mooie Vrouw neemt een slok van de dampende chocolademelk, tuurt met warme wazige ogen naar de kronkels in de bewegende stad verderop en zegt:
‘Mmmmm....ach, lief ding, meestal is het niet verkeerd om mezelf te hebben. Doch soms , bij te veel stress, kan ik mezelf niet troosten. Dan dwaal ik ernstig verloren en alleen door het leven en wringt het verdriet zich chronisch via al mijn porieën in mijn keel.'

‘En dan?' spoort het wezentje na een lange stilte aan.
‘Dan moet ik zwijgend huilen , huilen en nog eens huilen.'
‘Alles kermt dan uit elkaar van binnen.'
‘Pas na uren zwoegen en tranen -dal- spatten daalt de donkerte weer weg.'
Ach, denkt het wezentje.

Volgens mij overkomt dat de meeste gelovigen ook.

Die halen immers ook niet zomaar de hulp van God erbij.

Hekel klimt, zachtjes hoofdschuddend omhoog en beland op de schouders van Mooie Vrouw.
Hij fluistert lieve woordjes in haar oor.
Het wezentje is van plan pas te stoppen met woordjes weggeven als er een begin van een glimlach op haar rood geverfde lippen verschijnt.

53. HEKEL, MOOIE VROUW EN DE RIEMEN DIE WE HEBBEN

De stad ligt al weken in de donker grijze schaduw van een druilerige miezerige winter die maar al te graag door de kieren van de buurtkroeg met zijn kou naar binnen wil komen.
Rond 11 uur zit Mooie Vrouw op een stoel met haar rug naar de loeiende hout kachel toe en leest een boek.
Hekel ligt zacht ronkend in de zak van haar dikke zwarte trui verstopt.
De kroeg is nagenoeg leeg.
In een donkere hoek zit een oude tandeloze vrouw met tassen om haar heen gedrapeerd hoorbaar in zich zelf te praten.
Rondborstige barvrouw verzameld even verderop met een zachte bezem in slow motion de restantjes van pinda schillen van de soms krakende houten vloer.
Af en toe blijft ze staan en tuurt als een standbeeld door het grote raam naar de grijze stad die maar niet op gang lijkt te willen komen.
De mensen die wel buiten lopen drukken met gierend kabaal hun kromgebogen parapluis tegen de pestende regen en wind.
Er klinkt fado uit de juke box.
Mooie Vrouw kijkt van haar boek op en knipoogt naar Rondborstige Barvrouw.
‘Tijd voor koffie!'schalt ze door de ruimte.
Ze slaat het boek met een doffe klap dicht en zeilt als een hinde naar de bar.
Hekel schommelt mee , draait zich om en slaapt door.
Als Mooie Vrouw en Rondborstige Barvrouw even later met dampende koffie met veel slagroom vlakbij elkaar boven de bar leunen zegt Mooie Vrouw:
‘Gisteren stond ik hier nog in een overvolle tent op de bank in vol ritme mijn dansende lijf op de klanken van een Johnny Cash-cover-band-boy-named-sue de sterren uit de hemel te plukken!'  www.boysnamedsue.nl
‘Nou, zeg, wat een feestje was dat!' interrumpeert de barvrouw lachend met inmiddels rode vrolijke blossen op haar wangen.
‘Twee weken daarvoor deed ik hetzelfde bij mn liefje!' vervolgt Mooie Vrouw.
‘Kun je nagaan!'
‘En daar tussen in liggen de kermende heimwee scheuren uit mijn hart die nu weggevlucht verstopt zijn.'
‘Poeh, poeh!'
‘Het is zelden rustig.'
Mooie Vrouw zucht diep en lepelt met een melancholische blik alle slagroom uit haar koffie en zuigt even op het lepeltje.
Rondborstige Barvrouw leunt naar voren en zegt warm:
‘Je leert steeds meer roeien met de riemen die je hebt, Mooie Vrouw.'
‘Ik zal wel moeten.'
‘Als ik dat niet doe verpietert mijn werk.'  www.isisnedlonistaalkunstverroerselen.blogspot.com
‘En ik erbij!'
‘Heimwee is namelijk dodelijk.'
De twee vrouwen knikken eenstemmig en kijken elkaar begrijpend aan.
Ze pakt een spiegeltje uit haar tas, houdt deze op oog hoogte en verft behendig haar lippen rood.
Dan kijkt Mooie Vrouw naar de in -zich- zelf -pratende- tandeloze- oude- vrouw in de hoek.
‘Het heeft haar wel te pakken gehad, zeg!'

'De katterige kribbebijters hebben haar ook al te pakken gehad!'
‘De stakker heeft al haar riemen weggegooid.'
‘Ze dobbert in de zee van haar eigen verlorenheid.'
‘Het enige wat nog rest is de dood,' mompelt Mooie Vrouw verstaanbaar.
‘Maar dood ga je ook niet zo maar.'
‘Het leven kan zo wreed zijn!'
‘En hoe!'
Mooie vrouw graait in haar tas, neemt geld uit haar beurs en fluistert:
‘Geef die tandeloze dame maar een lekker groot stuk warme appeltaart en een eveneens grote mok koffie.'
Even later zien ze dat de oogjes van de tandeloze tassenvrouw even gaan glimmen als ze gretig een stuk appeltaart schrokkent naar binnen werkt.
Ze kijkt echter niet op of om.
Niemand neemt haar  dit kwalijk.

54. HEKEL EN DE TANDELOZE VROUW MET EEN TROEPJE MUGJES BOVEN HAAR HOOFD.

Mooie Vrouw ligt als een ingepakte cocon verstopt van de wereld  in haar warme verse bed.
Vandaag wil ze niets met het leven te maken hebben.
Ze klemt haar armen stevig om een dik kussen en slaapt.
Vandaag geen gesprek, geen geluid, geen geur, geen leugens, geen expressie.
Hekel heeft al zijn liefkozende woordjes in haar oortjes gefluisterd, haar voorhoofd gekust en beloofd dat hij later ‘nog effe terug kwam'.
Mooie Vrouw knippert met haar grote ogen in een zwijgend antwoord.
‘Laat me nou maar' , was het enige wat ze door haar lippen kon persen.

Even later dribbelt het wezentje naar de buurtkroeg waar een trosje dikbuikige sigaar rokende mannen de bar opstieren met hun tomeloze gebral.
Er zitten ook wat dikke moeders met bolle sneldraaiende wiegende kinderwagens naast de tafels gepropt en kwebbelt men alsof hun leven er van af hangt.
In een verre hoek zit de tandeloze oude vrouw met allemaal tassen om zich heen verzamelt.
Ze roert lang in haar koude koffie en doorzoekt telkens onrustig iets in de grote  plastic  en  krakende papieren tassen.
Hekel heeft haar vanuit een verre hoek met zijn glimmende oogjes gade geslagen en dribbelt moedig dichterbij.
Als hij op een veilige afstand is roept hij vriendelijk:
‘Zoekt u wat?'
De tandeloze vrouw graait met enig rumoer zonder opkijken verder .
‘Bent u iets kwijt?' roept Hekel luider.
Ze kijkt angstig op en ziet het wezentje op een tafel verderop staan, wijst met een trillende vinger richting Hekel en mompelt:
‘Jij bent niet echt!'

Hekel bekijkt  zichzelf en laat zich niet kennen.
‘Jawel hoor!' gromt het wezentje geïrriteerd  terug.
‘Net zo echt als uw krakende tassen en het dansende troepje muggen boven uw hoofd.'
De tandeloze oude vrouw kijkt met harde ogen omhoog en wappert de mugjes met haar grijs- aangeslagen- rouwranden- handen- uiteen.
‘Moet u niet eens in bad?', bromt Hekel verder.
De vermoeide ogen van de tandeloze oude vrouw spugen vuur.
‘Waar bemoei je je mee vlegel!' schreeuwt ze hoorbaar door de kroeg en spuugt richting het wezentje.
Hij kan nog net opzij springen.
‘Zie je dan niet dat ik mijn woorden zoek!' krijst ze met  wanhoop in haar stem.
Het geroezemoes in de kroeg verstomd.
De tandeloze vrouw staat woest op, graait al de tassen bij elkaar , klemt deze tegen haar lijf en wrikt zich een weg naar buiten.
De mugjes vliegen mee.
Verbouwereerd blijft Hekel achter.
Als hij bijgekomen is van de knal van de deur , mompelt hij onschuldig:
‘Ik bedoelde het niet verkeerd hoor.'
Rondborstige barvrouw kijkt naar het wezentje en schudt haar hoofd een paar keer.
De mensen starten weer met hun gesprek alsof er niets gebeurd is.
De regen klettert guur tegen de  dof berookte ramen van de kroeg.

Er waait een tas de lucht in.

55. HEKEL EN DE TANDELOZE OUDE VROUW.

HEKEL EN DE TANDELOZE OUDE VROUW
De zon is schielijk achter de grijze winter wolken tevoorschijn gekomen en glanst de lucht , na lange tijd,  weer wat blauw.

Mooie Vrouw heeft zich terug getrokken in haar atelier en drukt voorzichtig enkele verf potten open.

In de buurt kroeg is het druk.
Er zitten allerlei soortige drukpratende marktlui aan hun eerste koffie. Een paar opgesmukte penetrant ruikende pubers spelen verveeld met hun mobiel en lurken hoorbaar aan de nieuwste mierzoete frisdrank waarin een dot wodka doorheen is gespoten. Een paar oude met boldoot besprenkelde wit gepermanente onschuldige dames zitten met lieve pruilmondjes waar prietpraat zinnetjes uit vallen stukjes met een vorkje uit hun warme appeltaart te graven.
De rondborstige barvrouw heeft de hulp van haar eveneens rondborstige blonde vriendin ingeroepen. Ze dribbelen van hot naar her en stralen klant vriendelijkheid uit met hun blozende wangen en knipperende warme ogen.
In de achtertste hoek zit de tandeloze oude vrouw. Het groepje mugjes is boven haar hoofd verdwenen. Een vage blos siert haar wangen en zijn ook de sporen van rauwranden onder haar afgebrokkelde nagels als sneeuw voor de zon vertrokken. Ook haar kleren hebben vandaag minder vodde achtige trekken of zich in vale kleuren gedompeld.
Hekel zit tegenover de tandeloze oude dame.
Hij leunt tegen een bloempot die midden op de tafel staat.
Als de oude vrouw is uitgeroerd en met een lepeltje een slokje van de koude koffie  genomen heeft zegt het wezentje:
‘Én, heeft u de woorden al gevonden?'
De oude vrouw kijkt op uit haar gestaar, mummelt wat met haar tandeloze mond en zegt schor krakend:
‘Ja, de woorden heb ik allemaal weer gevonden.'
‘Wil je ze zien?'
Het wezentje gaat nieuwsgierig rechtop zitten en schalt:
‘Ja, natuurlijk wil ik uw woorden zien!'
Ze graait geconcentreerd in één van de dichtstbijzijnde tassen , zucht een paar keer diep en haalt met een triomfantelijke blik een ,met een dik elastiek gebundeld,  stapeltje papiertjes tevoorschijn. Behoedzaam legt ze het stapeltje op tafel , haalt voorzichtig het bruine brede elastiek er af en pakt een papiertje waar een enkel woord in grote letters op geschreven staat.

Ze staart lang naar het woord.
‘Én, wat voor een woord heeft u te pakken eenzame oude vrouw?' vraagt het wezentje na een poosje.
Er ontstaat een vage glimlach op haar witweggetrokken lippen.
‘Moeder,' schraapt ze.
‘Het woord ‘moeder' heb ik te pakken.'
Die had ik graag beter leren kennen, echt contact met haar willen hebben , denkt de oude vrouw. Ze zucht een paar maal diep kermend. Het is me niet gelukt. Telkens wrikten er liegbeestjes en vooroordelen of valse interpretaties tussen ons. Het is me niet gelukt mijn moeder te ontmoeten.
Ze pakt het gekreukelde papiertje en strijkt het voorzichtig glad.
Evenlater houdt ze het papiertje voor haar gezicht.
‘Moeder' , lispelt de tandeloze vrouw met haar ingevallen mondje binnendsmonds . Ze plakt het papiertje tegen haar mond en kust het een paar keer met klakgeluidjes.
Dan stopt ze het papiertje met trillende vingers tussen de andere papiertjes, wikkelt behendig het elastiek erom heen en werpt het stapeltje in één van de tassen.
Hekel heeft haar zwijgend en met een opengevallen mondje gadegeslagen, zucht en slikt een paar keer, wijst naar de tas waar het stapeltje woorden in is geworpen en roept kordaat:
‘Nu heeft u uw moeder wel altijd bij u!'
Ze kijkt hem met een vies gezicht aan alsof ze Keulen hoort donderen en slurpt in het niets starend de koffie van het lepeltje.
Onder luidruchtige uitroepen van gedag zeggen verlaten de marktlui de kroeg.
Eén van hen roept:
‘Dag omaatje!'
De oude vrouw kijkt niet op of om.
Alleen het lepeltje houdt ze een stukje omhoog en stopt het gauw weer in haar mond.

VOORGOED VERTROKKEN NAAR WWW.ISISNEDLONI.NL

BESTE LEZERS,

IK BEN VOORGOED VERTROKKEN NAAR WWW.ISISNEDLONI.NL

DAAR WERP IK MIJN KUNSTEN OP EN IS DAT DE BASIS VAN MIJN VIRTUELE OPSLAG EN INFORMATIE PAGINA'S.

Laatste berichten

Laatste reacties

juli 2009

ma di wo do vr za zo
    1 2 3 4 5
6 7 8 9 10 11 12
13 14 15 16 17 18 19
20 21 22 23 24 25 26
27 28 29 30 31    
Mijn foto

Laatst bijgewerkte weblogs

Powered by TypePad
web-log.nl, powered by TypePad